Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Inleiding.

Calvinisme en Socialisme, ziedaar liet onderwerp, waarover de volgende bladzijden handelen.

Calvinisme en Socialisme ! Maar mogen deze beide naast en tegenover elkander worden gesteld ?

De overtuigde Socialist beantwoordt deze vraag ongetwijfeld met een beslist: Neen. Hoe grooten invloed het Calvinisme ook in de historie der volken hebbe uitgeoefend, het stelsel van den grooten Picardiër is voor hem thans een antiquiteit, die zoo spoedig mogelijk in een museum van oudheden moest worden opgeborgen ; het Socialisme is voor hem het eenige stelsel van beteekenis voor onzen tijd. Het Socialisme beschouwt hij als den reus, die gereed staat de leiding der geesten in onzen tijd te aanvaarden; het Calvinisme als een baardeloozen herdersknaap, die misschien een kudde makke schapen kan leiden, maar allerminst in staat is, den scepter te voeren over de koninklijke geesten onzer eeuw. Calvinisme en Socialisme nu nog in écnen adem te noemen, is voor hem schier heiligschennis. In elk geval wekt zooveel achterlijkheid zijn niet geringe verbazing.

Maar diezelfde verbazing lezen wij bij het noemen van dit onderwerp niet minder op de aangezichten van vele vromen. Hij Calvinisme denken zij toch in den regel slechts aan het schoon dogmatisch en kerkrechtelijk stelsel, dat Génève's groote hervormer uit de Schrift te voorschijn bracht. Hij Socialisme denken zij aan geen stelsel, maar aan een troep lediggangers met roode neuzen en magere armen, die de lange vingers begeerig hebben uitgestrekt

1

Sluiten