Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Edele, Groot Achtbare Heeren Curatoren,

Hoog Geleerde Heeren Rector Magnificus en Professoren

Zeer Geleerde Heeren Lectoren, Privaatdocenten,

Bibliothecaris, Assistenten, Doctoren en Ingenieurs,

WelEdele Dames en Heeren Studenten dezer Hoogeschool En Gij allen, die mij door Uwe tegenwoordigheid bij deze

plechtigheid vereert,

Zeer gewenschte Toehoorderessen en Toehoorders!

Waartoe zijn wij menschen op de wereld ?

Ik hoop, dat Gij deze vraag niet zult beantwoorden als de kamerheer Spazzo uit Scheffel's onsterfelijken Ekkehart, die placht te zeggen :

„Philosophie, das ist, wenn einer nicht weiss, wozu er auf der Welt ist und sich auf den Kopf stellt urn es zu erfahren." Waartoe zijn wij menschen op de wereld ?

Ik denk, dat wij allen het wel over het volgende antwoord eens zullen zijn:

Wij zijn op de wereld om goed, schoon en waar te handelen, om goed, schoon en waar te denken, in één woord: om goed, schoon en waar te zijn.

Niet om te genieten, naar de platte leer der hedonisten, want „Geniessen macht gemein" heeft reeds Goethe gezegd; niet om den levensdrang in ons te dooden, naar de stroeve leer der pessimisten ; want daarmede zouden wij ons verzetten tegen de eeuwige orde der dingen ; maar om een ideaal leven te benaderen met uitzicht op de eeuwigheid.

Sluiten