Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moeten wij nu echter deze idealisatie van ons leven, deze verheffing onzer ziel tot de Idee van het Goede, deze benadering onzer persoonlijkheid tot het Alwezen bereiken door een leven van contemplatie en meditatie?

Aangenomen dat het beschouwende leven de hoogste vorm van persoonlijk leven is, dan is deze ideale levenswijze toch voor de meesten onzer onbereikbaar.

Het kan zijn, dat aan de groene oevers van den Ganges en in de dalen der besneeuwde Himalaya een bestaan mogelijk is, waarin een op zich zelf staand individu zich uitsluitend aan heilige overdenking van het goddelijke kan wijden.

Overal elders is dit zeker niet mogelijk.

Overal elders eischt de zorg voor levensonderhoud grooter inspanning van ons dan enkel het plukken van eenige dadels of bananen.

Indien dan nog aan enkelen een contemplatief leven mogelijk is,

dan is dat zoo, omdat zij van de zorg voor hun levensonderhoud ontheven werden door anderen. Zoo kunnen priesters zich wijden aan hunne hooge roeping omdat hunne gemeente de zorg voor hun levensonderhoud op zich nam. Zoo kunnen wijsgeeren zich wijden aan wetenschappelijk onderzoek, omdat hunne voor vaderen hun het vermogen nalieten, van welks vruchten zij leven.

„Von uns stammt der Wohlstand", zegt de grootindustrieeel Holger bij Björnsterne Björnson „der den Ueberschuss ergiebt für Wissenschaft und Kunst"

Hieruit blijkt dus, dat, zoo al een contemplatief leven aan enkelen mogelijk is, dit een gevolg is van het bestaan eener samenleving, die aan deze enkelen hun individueele levenszorgen uit handen neemt.

Zelfs door zeer enkele individuen kan dus geen leven in hooger dienst geleid worden, zoo niet een samenleving bestaat, waarvan zij deel uitmaken.

Sluiten