Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einddoel van alle wetgeving en bestuur beschouwt, tracht zich zoodoende van de begrippen van plicht en behoorlijkheid los te maken, en is toch, zijns ondanks, genoodzaakt, het zoeken van genot en het ontwijken of voorkomen van smart als het oorspronkelijke behoorlijke voor te stellen.

Zoodat zonder het begrip van behooren ook Bentham niet uitkomt.

Met treffende ironie heeft Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman, in zijn geschrift: „Gezag en Vrijheid" het sofistische beginsel, dat het gezag berust bij de meerderheid, gehekeld.

De Regeering, omdat zij het hoogste staat in den Staat, heeft de zedelijke verantwoordelijkheid voor hare handelingen te dragen. Zij kan die niet op onverantwoordelijke kiezers afschuiven.

Maar wel doet zich de zeer belangrijke vraag voor: hoe verstrekt dit gezag des Staats zich over de individuen uit ?

Nog steeds houdt deze vraag vele denkers bezig ; het komt mij echter voor, dat het antwoord daarop reeds op voortreffelijke wijze is gegeven door Stahl:

„De Staat is de vervulling der levenstaak van de individuen en mitsdien beperkt zijn heerschappij zich tot den gemeenschapstoestand; het innerlijke individueele leven op te wekken en te bepalen, is eeuwig enkel de zaak Gods, niet die van menschelijke heerschappij." 1!;

Dit was ook de gedachte der eerste wetenschappelijke staatsleer die van Platoon, welke denker er herhaaldelijk op wees, dat de menschelijke ziel verwant is aan het Goddelijke en Onsterfelijke en Eeuwig Zijnde en daartoe in rechtstreeksche betrekking staat. 1S)

Bij Platoon vinden wij reeds, geheel in overeenstemming met den echt Helleenschen vrijheidszin uit den bloeitijd der Helleensche gedachte, de leerstelling van de rechtstreeksche betrekking der creatuur tot God.

Sluiten