Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treden in de christelijke vakbeweging op den voorgrond: de interconfessioneele, die tot Centrale heeft het Christelijk Nationaal Vakverbond en de zuiver katholieke, vertegenwoordigd door het Roomsch Katholiek Vakverbond. De zuiver protestantsche vakbeweging mist vrijwel alle beteekenis.

Nog is onze vakbeweging klein van omvang. Het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen, verreweg het omvangrijkste en krachtigste lichaam, telt nog geen veertig duizend leden. Maar op grond van wat de geschiedenis der buitenlandsche vakbeweging leert, durven wij voorspellen, dat onze vakorganisatie zich in het eerstvolgende tiental jaren krachtig zal ontwikkelen.

De grondslagen voor eene deugdelijke vakbeweging zijn thans gelegd. Vele organisaties zijn reeds in staat belangrijk werk te presteeren; zij wekken moed en vertrouwen bij de vakgenooten. Het immer voortschrijdende kapitalisme jaagt de arbeiders op; zij worden gesteld voor de keuze: den strijd aanbinden of ten onder gaan. Het zich lijdelijk ter slachtplaats laten voeren is niet meer van dezen tijd; de arbeiders zijn gedwongen zich te organiseeren, al ware het slechts uit de zucht tot zelfbehoud.

Duizenden Nederlandsche arbeiders zullen in de naaste jaren toetreden tot de vakorganisatie. Dan zullen zij moeten kiezen tusschen de verschillende richtingen, tusschen de algemeene en de sectarische vakvereenigingen. Die keuze zal beslissen of onze vakbeweging reeds in afzienbaren tijd in staat zal geraken hare historische taak te vervullen, of dat de met voorbedachten rade gekweekte tweedracht haar voor vele jaren zal doemen tot machteloosheid. Die keuze, zoo uitermate belangrijk, moet geschieden met volkomen kennis van zaken. De arbeiders moeten zich ten volle rekenschap geven ook van den oorsprong, de bestaansreden, het karakter, de innerlijke drijfkrachten, de consequentie der christelpe vakbeweging. Met het doel, hen dit te vergemakkelijken, zijn de volgende bladzijden geschreven.

II. Oorsprong en ontwikkeling der christelijke vakbeweging.

De christelijke vakbeweging is voortgekomen uit de algemeene christelijke arbeidersbeweging. Voor wat het christelijke volksdeel betreft, heeft de bezittende klasse zich voornamelijk bediend van Patrimonium en den Roomsch-Katholieken Volksbond om de „goedgezinde" arbeiders mobiel te maken tegen de opkomende klasse-bewuste organisatie van het proletariaat. Toen de invloed wies der mannen van de oude Internationale, die de arbeiders opriepen tot den strijd tegen het kapitalisme, werd het blad De Werkmansvriend opgericht, dat de stichting van Patrimonium voorbereidde en later eenigen tijd het officieel orgaan van dit lichaam werd. Dit blad had speciaal ten taak de opkomende arbeidersbeweging te bestrijden. In zijn boek „De Vakbeweging in Nederland" zegt Mr. Hudig: Nagenoeg elke vraag om verhooging van loon, die niet is gekleed in den nederigen vorm eener smeekbede kan geen genade in zijn oogen (van den Werkmansvriend) vinden. Als werklieden door staking eene loonsverhooging hebben weten te krijgen, worden zij gewaarschuwd, dat deze hun wel duur zal te staan komen . . . „Arbeid en spaarzaamheid, ijverige plichtsbetrachting en bekwaamheid ' worden aanbevolen als de beste middelen om in de wereld vooruit te komen.

Tot het eerste werkliedencongres, dat Patrimonium, opgericht in 1877, uitschreef, werden o. a. uitgenoodigd allen „die hun gaven dienstbaar maken om onze jeugd en jongelingschap te onttrekken aan den geest van revolutie

Sluiten