Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

organisatie in het bisdom Brabant en Unitas. Nadat deze strijd eenigen tijd had geduurd, werd van katholieke zijde aan Unitas voorgesteld zich te reorganiseeren. Unitas verklaarde zich bereid. Een plan werd uitgewerkt tot vorming van een nationale katholieke textielarbeiders organisatie en een nationale protestantsche, die zoo doelmatig mogelijk zouden samenwerken,

waarbij echter de katholieke organisatie niet aan de leiding der kerk zou worden onttrokken.

Dit plan van reorganisatie werd door het Episcopaat afgekeurd. Unitas moest volkomen uit elkander worden geslagen. De bisschoppen stelden een nieuwe regeling voor, waarbij het beginsel van „zelfstandige diocesane vakorganisaties" op den voorgrond werd gesteld. Unitas weigerde deze te aanvaarden. Toen werd in 1907 naast den katholieken textiel arbeidersbond in het bisdom Brabant, tegenover Unitas, in het aartsbisdom Utrecht een zuiver katholieke textielarbeidersbond opgericht.

Bitter klaagt Unitas over de wijze, waarop sindsdien de strijd tegen dezen bond is gevoerd. Een teekenend staaltje hoe de geestelijkheid optreedt,

levert het blad Unitas in het nummer van 20 Aug. 1908. Het blad constateert dat het inderdaad volkomen waar is, dat de patroons zich wel met andersdenkenden mochten vereenigen, voor hunne economische belangen, maar de arbeiders niet — „Neutraal vereenigde patroons en middenstanders worden ongemoeid gelaten in alles.

Zoo nu weer een klein staaltje uit Oldenzaal.

De neutraal georganiseerde Broedermeesters van de Processie naar Kevelaar kunnen gerust bij hunne neutrale organisatie blijven en broedermeester zijn. Den katholieken leden van „Unitas" wordt verboden om in de processie een vaandel te dragen, louter en alleen omdat het leden van „Unitas" zijn.

Patroons worden ongemoeid gelaten, de arbeiders worden de dupe van de historie."

De verachtelijkste wapenen zijn goed genoeg om tegen dezen „christelijken" vakbond te woiden gebruikt. In November 1908 is, op last van hooger hand, in de kerken te Enschede tegen Unitas gepreekt, waarbij deze organisatie op de heftigste wijze is aangevallen. Het ledental van Unitas, dat 31 Dec. 1906 nog 5500 bedroeg, was in Aug. 1908 tot 3000 geslonken en daalde, volgens het jaarverslag over 1908, op het einde van dat jaar tot 27<'5.

Principieel had het Episcopaat zijn optreden tegen de interconfessioneele vakbeweging, speciaal tegen Unitas, gemotiveerd met de uitspraak in zijn verklaring van 7 Juli 1906 dat „alleen in katholieke organisatiën de katholieke beginselen tot hun volle recht komen." Maar deze motiveering kon niet den minsten indruk maken. Immers, de katholieke overheid had de ontwikkeling der interconfessioneele vakbeweging in Duitschland geduld,

aanvankelijk zelfs bevorderd; terzelfdertijd dat Unitas op het lijf werd gerukt, stond de katholieke overheid te onzent aan de mijnwerkers in Limburg f toe, zich interconfessioneel te organiseeren. Op ander terrein werd tegen interconfessioneele organisatie niet het minste bezwaar gemaakt.

De armzaligste argumenten worden dan ook in het veld gebracht om de splitsing volgens confessie te verdedigen. Op de eerste internationale conferentie van Christelijke Vakvereenigingsleiders, Augustus 1908 te Zürich gehouden, trachtte de priester Poell de aanwezigen wijs te maken, dat ze in ons land noodzakelijk was, omdat de protestanten in zoovele richtingen zijn verdeeld!

Op de christelijk sociale conferentie in 1905 te Amsterdam gehouden,

werd echter deze motie aangenomen:

Sluiten