Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Prot.-Christ. arbeiders behooren zich in afzonderlijke vakverenigingen te vereenigen, daar de christen-arbeider niet lid kan zijn van de bestaande neutrale vakvereenigingen, en anderzijds, omdat de RoomschKatholieken zich naar hunne beginselen gebonden achten aan de kerkelijke leiding, die uit den aard alleen voor hen kan gelden.

Scheiding tusschen de Protestantsche Christenen op het gebied der vakvereenigingen is in beginsel aftekeuren."

Volgens de protestantsche leiders ligt dus de oorzaak van de splitsing op katholieke zijde! Dc heeren gebruiken welbewust volkomen valsche argumenten. Over de werkelijke motieven voor het optreden van de leiders der kerkelijke partijen kan men bezwaarlijk een oogenblik in twijfel verkeeren.

De heeren werpen elkander prachtig den bal toe. Brengt men van katholieke zijde de gansche macht der Kerk in het veld om de arbeiders tot confessioneele organisatie te dwingen, ook de protestantsche kopstukken treden zeer beslist op.

Den 3en September 1908 kwamen op uitnoodiging van Ds. H. C. Hogerzeil bij elkander de heeren Dr. de Visser, Dr. Slotemaker de Bruijne, Nahuijzen, Scherer, Goedman en van Ooij, als vertegenwoordigers van den Christ. Nat. Werkmansbond en de heeren van Vliet, van der Molen, Grondijs en Noordhof, als vertegenwoordigers van Patrimonium, om te spreken over de christelijke vakorganisatie.

De volgende conclusies werden met algemeene stemmen aangenomen:

1. Op grond der ervaring zijn wij eenparig overtuigd van de noodzakelijkheid van Prot. Chr. vakorganisatie;

2. Werkmansbond en Patrimonium zullen hunne afdeelingen verplichten mede te werken tot het oprichten daarvan;

3. In de organisatie der vakvereenigingen moet het contact tusschen deze en de algemeene bonden beslist bewaard worden;

4. De reeds opgerichte vakafdeelingen van Patrimonium en Werkmansbond kunnen blijven bestaan, maar zij zullen met ernst gewezen worden op de eerste conclusie."

„Zoo heeft al wat macht heeft in de kerkelijke wereld zich vereenigd om tegen den wil der arbeiders de splitsing van de organisatie dezer arbeiders doortezetten Dominees en priesters deelen de lakens uit.

Afzonderlijke katholieke en protestantsche vakorganisatie - is het parool. De katholieke organisatie rechtstreeks gesteld onder de hoede van den almachtigen geestelijken adviseur; de protestantsche organisatie in onverbrekelijk „contact" met de algemeene bonden, met Patrimonium en Werkmansbond, zoodat het stuur altijd blijft berusten in de handen der leidende geestelijkheid. Zóó, netjes in het gareel gespannen, is de hoop niet misplaatst, dat 'het paardje der christelijke vakorganisatie tot in verre toekomst het karretje der kapitalistische klasse zal blijven trekken.

Doch zelfs met deze waarborgen voor de afhankelijkheid en machteloosheid der christelijke vakorganisatie is de katholieke kerk niet tevreden. Het moest onmogelijk worden gemaakt, dat de confessioneele organisaties een omvang verkregen, welke bij de arbeiders een valsch gevoel van macht zou kunnen verwekken. De splitsing der organisaties, diocesaansgewijze, werd gedecreteerd.

Het is de absolute wil, het volstrekte en meermalen geuite verlangen van Mgr. van de Ven, den bisschop van 's Hertogenbosch, dat de R. K. arbeiders zich aaneensluiten tot diocesane vakbonden; de andere bisschoppen stemmen daarmede in.

Volgens II. Berkvens, den adviseur van het Secretariaat van den

Sluiten