Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanschouwen; zoo versta ik het niet. Want ik spreek van de Goddelijke dingen niet, dan alleen dat God van onderen tot boven in deze wereld wil gekend zijn. Ziedaar dan in het kort wat Johannes zeggen wil, dat het leven het licht der menschen ivas, alsof hij zeide: het is wel waar dat er een leven is, dat aan alle schepselen uitgedeeld is, maar hoe? Gelijk alle dingen door het Woord Gods gemaakt zijn, en onderhouden worden. Intusschen is de mensch geheel een veel heerlijker voorwerp, te weten van wege de ziel, het verstand en de rede; want de mensch is niet ongevoelig als de steenen. Hij is niet zonder rede noch verstand, gelijk de beesten, maar hij heeft een geheel heerlijker leven, om de dingen te aanschouwen, die de wereld te boven gaan."

En eindelijk er over sprekende dat dit licht — het licht der natuur — in de duisternis schijnt, zoodat de duisternis het niet heeft begrepen, zegt hij: „Wat zien wij dan in den mensch? Wij zien in hem wel het beeld Gods, maar geheel mismaakt en verdorven, omdat de duivel het door de zonde bevlekt heeft. Maar hoewel de mensch, door de ingeving des duivels, het licht Gods verduisterd heeft, heeft de duivel door zijne listigheid zooveel niet kunnen te weeg brengen, dat het licht Gods ook in het midden der duisternis

niet zoude schijnen nochtans moeten wij opmerken, dat

de menschen van de kennis Gods licht genoeg hebben, om voor God overtuigd te worden, dat zij zich niet kunnen verschoonen. Wij mogen ons laten voorstaan op wat wij willen; maar ziet, God zegt het ronduit, dat wij duisternis zijn. Maar hoe? Wij behoeven dat God niet, maar ons gebrek toe te schrijven. Zoo moet God ons dan door Zijn licht verlichten, of er is in ons niets dan duisternis, en zullen wij ten val moeten komen, wanneer wij ook éénen voet, zonder door Hem geleid te worden, willen voortstappen. En nochtans heeft God ons niet verlaten, gelijk ik gezegd heb, dat Hij ons geheel verworpen heeft, zoodat wij van al Zijne gaven niets zouden behouden hebben. En dat dit zoo is, blijkt daaruit, dat er nog eenig beginsel der Godsvrucht en

Sluiten