Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichzelf niet alleen buiten het geloof der Christenheid, maar ook buiten het geloof der menschheid."

Niemand minder dan Immanuel Kant, de machtige wijsgeer van Koningsbergen, is hiervoor het bewijs. Hij beperkt, waar hij het Rationalisme bekampt, al het kenbare tot het zinnelijk waarneembare. Zijns is de empirische Philosophie, de afgod dezer eeuw, die ons waarlijk nooit zal hebben. Maar toch, ook hij moest belijden, dat hij met de zuivere Rede niet toe kon, daarmede niet volstaan kon, en dringend behoefte had aan eene practische Rede om zoodoende te postuleeren de bekende trits van God, deugd en onsterfelijkheid. Ik beweer, dat hier bij Kant eene natuurlijke behoefte zich openbaarde, waarbij de natuur sterker was dan de leer; maar ik beweer ook, dat deze natuurlijke behoefte door de bekende postulaats-theorie op averechtsche wijze werd bevredigd.

Professor Bavinck heeft in zijne Gereformeerde Dogmatiek een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de ongenoegzaamheid der natuurlijke Godskennisse, waarin hij er op wijst, dat dit naturalistisch standpunt zonder meer in de oude Grieksche Philosophie tot Scepticisme, in de Middeleeuwen tot Nominalisme, de dood voor alle wetenschap, en in de Nieuwe Philosophie tot Agnosticisme heeft geleid. 4)

Laat ons toch nuchteren zijn, en niet dronken worden van zwijmehvijn. De feiten spreken zoo krachtig. Daar is allerwege bij de natuurvolken een roepen om een bijzondere openbaring bij de algemeene. De heidensche volken spreken het uit, dat de kennisse Gods die ze van nature hebben en uit de Natuur verkrijgen ongenoegzaam, onvoldoende is. De Mohammedaan heeft behoefte aan zijn Koran, de Boeddhist aan zijne Vedas, de Chinees aan zijne Kings van Confucius, op gelijke wijze als de Christen aan zijn Bijbel.

Nu pretendeert de Naturalist wel, dat het met de cultuurvolken anders gelegen is, en dat deze de behoefte der

!) Dr. H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek, I, p. 231—234.

Sluiten