Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene bijzondere Openbaring in het Christendom op een natuurlijke èn geoorloofde wijze wordt bevredigd, als in het huwelijk. Deze behoefte wordt echter in het Heidendom wel op natuurlijke maar op ongeoorloofde wijze vervuld, weshalve in het Woord Gods het buigen voor de afgoden altoos „afhoereeren" genoemd wordt. Maar wanneer men deze behoefte naar het bovennatuurlijke laat vervullen door de ijdele Philosophie dezer wereld, dan heeft men het „natuurlijk gebruik" veranderd in het „gebruik tegen nature".

Zoodoende kom ik tot de conclusie dat de algemeene of natuurlijke Qodskennisse onvoldoende is, en zulks beweer ik niet alleen op grond van Gods Woord, want dan moet ik er aan toevoegen, dat zij ook onzuiver is, maar krachtens de feiten die wij allerwegen rondom ons waarnemen. De heidensche volken weten zich rijk en gelukkig in wat zij extra bezitten. En toch verwerpt de Naturalist het bovennatuurlijke, maar in zijn philosophisch stelsel begroet hij het onmisbaar surrogaat daarvoor. De Christen echter gevoelt zich in deze behoefte volmaakt bevredigd, èn op natuurlijke èn op zuivere wijze door het geloof in de H. Schrift.

III.

Ongemerkt gingen we reeds over tot wat ik als derde deel mijner rede had aangegeven. Ik zou immers ten slotte mijne geloofsovertuiging uitspreken omtrent de bijzondere Openbaring der Heilige Schrift.

De mensch heeft verloren alle zijne uitnemende gaven, die hij van God ontvangen heeft, en heeft niets anders overig behouden dan kleine overblijfselen daarvan, dewelke genoegzaam zijn om den mensch alle onschuld te benemen, (art. 14 der Belijdenis des geloofs). In dit tastbare feit ligt de noodzakelijkheid eener bijzondere Openbaring opgesloten. De zonde heeft de natuurlijke Godskennisse niet uitgedoofd maar wel onderdrukt, niet uitgeroeid maar wel verzwakt.

Sluiten