Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatschappelijke instellingen wijzigen, die lang hebben geheerscht, gaan daarmede allerlei daaraan verbonden zeden en opvattingen nog niet verloren ; die nieuwe inzichten hadden zich toch in werkelijkheid alleen maar baan gebroken bij de hoogst ontwikkelden en kunnen ook nog alleen door deze worden bevat; bij de groote menigte blijven de oude bestaan en worden dan de nieuwe instellingen daaraan maar wat aangepast. Evenzoo als in het lichaam van den mensch, b.v. in het staartbeen, relikten van vroegere toestanden — men telt er, meen ik, ongeveer 150 — zijn overgebleven, is ook zijn geestelijk en maatschappelijk leven met zulke relikten venuld. En hoewel het strafrecht niet uit het beginsel van wraak is voortgesproten, is toch het strafproces onder den invloed van godsdienstige opvattingen, eeuwen lang door de begrippen van boete en vergelding en alzoo door het beginsel van goddelijke en maatschappelijke wraak beheerscht; moge nu dit beginsel ook al door dat der maatschappelijke orde zijn vervangen, zelfs niet eens alle rechters verstaan zulks nog naar den eisch in praktijk te brengen, en de meerderheid der menschen weet daarvan niets af. Eene zeer onpraktische, met het bestaan van zulke verschijnselen van psychologische evolutie onbekende, ten minste daarmede geene rekening houdende wetgeving, die den mensch slechts naar boekenwijsheid als een abstract begrip maar niet uit de waarneming van zijn leven en streven schijnt te kennen, heeft hieraan veel schuld. Overal spoken zoo de oude opvattingen voort. Zoo b.v. in het reeds besproken dagelijksch gebruik van den term «toerekenbaarheid». Door het behoud van oude termen in de wet en ook wel van zulke bepalingen, die uit vroegere toestanden voortgesproten daarop sterk blijven terugwijzen, wordt dit zeer bevorderd.

Eindelijk komt bij dit alles nu nog het drijven van het humaniteitsbeginsel, niet namelijk van die gezonde humaniteit, die aan de altruïstische werking, welke de maatschappelijke ontwikkeling in het leven riep, uit haren aard inhaerent is, maar aan dat excessief optreden daarvan , waarbij het begrip

Sluiten