Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoop (geboren op 6 Februari 1801), onder de prediking van Merle ef Aitbigné en door den omgang met dien voortrefifelijken leidsman tot bekeering mocht komen, en wel Mevrouw Groen nog eer dan Groen zelf. Op hoogen leeftijd schreef Groen in de „Nederlandsche Gedachten" van 2 December '73: ,,1829 is voor mij een keerpunt geweest. Maar hoedanig een ben ik dan vroeger geweest?... Tot in 1828 was ik ongeveer:

als Guizot, eer de bliksemstraal van 1848 hem het satanische der Revolutie had leeren inzien.

als de toongevende Protestantsche meerderheid. Liberaal en Christen; met de leus: medio tutissimus ibis (in het midden gaat gij het veiligst).

als in de Hervormde Kerk bijna iedereen, lid der groote Protestantsche partij. Naar gelang van den thermometer, conservatie/-liberaal of liberaal-conservatief.

„De bewijzen eener achterlijkheid heb ik zelf geleverd in de Verspreide Geschriften. Eerst in Volksgeest en Burgerzin (April 1829) wordt een begin van principiële verandering bespeurd". Thorbecke, die een scherp oog had en die niemand vleide, schreef uit Gent in een brief van 30 Maart 1830: „Onder de tallooze geschriften welke de gesteldheid des lands sedert 1828 voor den dag heeft geroepen, heeft er geen mij zoo aangename en belangrijke uren bezorgd, als het geschrift over volksgeest en burgerzin. De ontwikkeling en stijl stel ik wat innerlijke kracht en doorwrochtheid betreft, boven die van (Uwe) verhandeling over de vaderlandsche geschiedenis". Toch is het stuk werk van den jongen Groen alleen te beschouwen als „een begin van principiële verandering", want met de studie van de Heilige Schrift had hij slechts een aanvang gemaakt en niet meer dan enkele teugen van den levensstroom der Woorden Gods had zijne ziel ingedronken. Eerst in het „Overzigt van het stelsel der Nederlandsche Gedachten (1831)" is Groen zichzelf , en wij hooren hem uitroepen: „Geen uitkomst dan bij het wederkeeren naar hetgeen men verliet! De Openbaring moet weder in haar gansche gezag worden erkend, en er is geene andere Openbaring dan die vervat is in de Heilige Schrift".

Ernstige en gezette lezing en overdenking van de Schrift maakte voor Groen na zijne bekeering een deel uit van zijn studie. Al meer en meer zich indenkende en zich verdiepende in

Sluiten