Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wondere woorden der Openbaring' werd hij op zeldzame wijze daarmede gemeenzaam. Het Nieuwe Testament las hij niet alleen in de Staten-0 verzetting, maar ook den grondtekst nam hij in handen. Zelfs in het spraakgebruik van Groen is te zien, dat de woorden der Staten-Overzetting in zijne schrijftaal worden opgenomen. Een voorbeeld van beteekenis in dit opzicht is de term wederpartijder, niet alleen gebruikt voor tegenstanders, maar ook voor broeders en vrienden, die met hem van gevoelen en opvatting verschilden. Dit woord komt niet voor in het Nieuwe Testament, wel herhaaldelijk in het Oude, vooral in de Psalmen, die voor Groen in zijn lijden en zijn strijden steeds tot troost zijn geweest. — Na den dood van Merle schreef Groen op 12 December '73, op de volgende kinderlijke wijze, sprekende van zijne bekeering en zijne intrede in het Koninkrijk van den Zone Gods. „Te Brussel zou ik komen in de atmosfeer der Revolutie. Voor mij was het tegengif daar. Inzonderheid ook in de prediking en in de vriendschap van Merle d'Aubigné. Spoedig leerde ik aldus de beteekenis van het zoogenaamde Réveil. Christelijke we der ontwaking. Reformatorische terugkeer tot het Evangelisch A, b, c. Terugkeer tot de H. Schrift en in die Schrift, tot de hoofdgedachte die de bezielende kracht der Kerkhervorming geweest is. — Merle was, door eigen ervaring, aangedreven en berekend om eene Histoire de la Riformation — eene Geschiedenis der Hervorming — te schrijven, die, in het door de vrije genade Gods gewekte zieleleven, in de conscientie-kreet van Luther, den oorsprong der Kerkhervorming aanschouwelijk maakt." Eene noot zegt: „Vergeving der zonde en zaligheid, uit vrije genade door het geloof alleen, als levensbeginsel van Luther en van de gansche Kerkhervorming." Steeds met zijn geest in zijne herinnering verwijlende te Brussel, zegt Groen: „Laat mij dan nu iets mededeelen van mijn wedervaren op de stormachtige zee. Vooraf echter, ter kenschetsing van Merle, nog iets. Want bij hetgeen ik heb medegedeeld (uit Merle's geschriften namelijk) bleef het voornaamste nog achter.

„De leer uitgedrukt in het leven;

„De ernst van het Heden, indien gij zijne stemme hoort! getemperd door den ootmoed der zelfkennis en de zachtmoedigheid, die het geknakte riet niet verbreekt.

„De wederliefde tot Hem die de zijnen het eerst lief gehad

Sluiten