Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil". Eindelijk, om nog een oordeel regtstreeks en bepaaldelijk over ons land te noemen, de Hr. Cousin, ofschoon hem alles van den meest gunstigen kant werd voorgedragen en vertoond, is, hoe gaarne hij anders onze school-inrigtingen prijst, door het niet-Christelijke daarin getroffen; hij heeft gemeend het niet te mogen verzwijgen, en wijst ons op het voorbeeld van Duitschland, bepaaldelijk van Pruissen, waar hetgeen hier te lande uitgesloten is, teregt als de hoofdvoorwaarde van een waarlijk nuttig onderwijs aangemerkt wordt.

Mijne andere opmerking is dat, zoo men gewenscht heeft, gelijk het doorgaans heet, het kwetsen, hetzij van Protestanten, hetzij van Catholijken te vermijden, men geen' weg kon inslaan, waar langs men zekerder en verder van dit doel afgeleid werd. Wat er in Belgie de Roomschen, voor zoo ver zij aan hun Godsdienst gehecht waren, over dachten, heeft eene treurige ervaring getoond, en thans kan, bij voorbeeld, het Noordbrabandsche blad, de Catholijke Stemmen, doen zien dat hunne geloofsgenooten in de Noordelijke gewesten in dit opzigt met hen eensgezind zijn. Hoe zou het anders ? Er kan door eigene scholen en zelfs, tot op zekere hoogte, op gemengde scholen aan den wensch van elk die prijs op geloofswaarheden stelt, worden voldaan; doch voorzeker voldoet men aan dien billijken wensch niet, door, om allen gelijk te stellen, allen te kwetsen : niet, door een onderrigt te geven hetwelk, schoon niet leerstellig, stellig tegen elke geloofleer is gerigt; niet, door vast te houden aan een stelsel hetwelk, in plaats van op gemeenschappelijk geloof, op algemeene ongeloovigheid en onverschilligheid rust.

Dit stelsel is te bedenkelijker omdat de Regering niet slechts zoodanige onchristelijke rigting aan haar onderwijs geeft, maar bovendien, zooveel doenlijk, door de inrigting der schoolcommissien en de algemeenheid der wetten, bijna al het onderwijs tot haar onderwijs heeft gemaakt. Menigeen heeft dit een monopolie genoemd. Onjuist, onbillijk, zoodra hij er het denkbeeld eener soort van speculatie mede verbindt; maar juist en te regt, in zoover het Gouvernement zich een uitsluitend gezag toegekend heeft over datgene waaromtrent iedereen vrij behoort te zijn. Vrijheid van geweten, vrijheid van Godsdienstoefening, vrijheid van onderwijs, hiertusschen is een onverbreekbare band. Eerst dan wordt die miskend wanneer men in de geloofsleer, in plaats van

Sluiten