Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Gouvernement, waarvan ik trachten wil het onvereenigbare met Staatkunde en vooral met regtvaardigheid te betoogen. Mogt ik slechts half kunnen uitdrukken wat ik daarbij gevoel, mijn betoog zou niet krachteloos zijn.

Als ik van Staatkunde spreek, is er eene zwarigheid waar ik, bij ieder woord, tegen stuit; namelijk dat het ondoeltreffende en het gevaarlijke van al wat Godsdienstvrijheid belemmert, reeds duizend- en duizendwerf, door redenering en ervaring, is getoond; dat al wat ik zoude kunnen zeggen, veelmalen, en ook in onze dagen, en ook door henzelven die thans geweld tegen de Afgescheidenen verlangen, met nadruk is gezegd. Doch deze zwarigheid vervalt bij de gedachte dat, zoo lang de vervolging wordt herhaald, herhaling van de gronden er tegen niet ongepast, en zoo lang althans, geen overtolligheid is.

De vervolging is ondoeltreffend. Immers wat kan zij bedoelen ? De scheiding te doen ophouden, de rust in de Kerk te herstellen. Maar, zoo lang hunne overtuiging niet verandert, is volharden voor de Afgescheidenen pligt; en door dwang, door straf die men als onregtmatig beschouwt, wordt men wel verbitterd, niet overtuigd. Bovendien de zucht naar scheiding neemt toe door de belangstelling en het medelijden dat men voor vervolgden gevoelt. Om het einde der scheiding, om waarlijk rust te verwerven in de Kerk, moet het middel aangewend worden dat zoo veel verwarring voorgekomen zou hebben; naauwgezette zorg in het Hervormd Kerkgenootschap voor het wezen van de leer althans van elke Christelijke Kerk. In den tegenwoordigen stand van zaken, al konden heden de laatste Afgescheidenen uitgeroeid worden, morgen zouden er weèr anderen zijn.

De vervolging is ontoereikend. Tot gewetensdwang is elke straf ongenoegzaam; van hier dat, ook wanneer men met de ligtste straf begint, men op dien weg, óf teruggaan, óf met verbanning en doodstraf eindigen moet. Vermits nu in onze tijd eene regering tot het wederoprigten van den brandstapel geen vermogen bezit, veel minder nog, althans hier te lande, opgewektheid gevoelt; vermits men evenmin Nederlanders, Christenen, om Godsdienstbegrippen, tot het kiezen van een ander Vaderland zal willen dwingen, volgt, dunkt mij, hieruit

Sluiten