Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 183 verlangt dat geene straf worde opgelegd dan door den rechter. Wat baat het, indien het Gouvernement de beslissing der regtbanken vooruitloopt! Doch het is geen vooruitloopen alleen, ten minste 7.00 het waarheid is, wat op zich zelf ongelooflijk zou wezen, maar op zoodanige wijs wordt verhaald en bevestigd dat het bijna ontwijfelbaar schijnt. Men zegt namelijk dat het beklagenswaardig gebruik van krijgsmagt tegen de ingezetenen plaats heeft ook daar waar de regter aan de Afgescheidenen uitdrukkelijk vrijheid van Godsdienstoefening toegekend heeft.

Art. 172 eischt dat in alle criminele vonnissen de misdaad uitgedrukt en de wetsbepaling waarop de uitspraak gegrond is, aangehaald zij. Geene straf zonder wet; heeft iemand tegen de wet gehandeld, dat hij naar de wet worde gestraft ; zijn de bestaande wetten niet toereikend, dat er nieuwe wetten worden gemaakt. Maar men straffe den ingezeten niet zonder eenig vonnis, zonder eenige aanduiding van een misdadig feit, zonder eenige opgave van wet; men achte zich niet geregtigd tot willekeurige aanvulling van het Wetboek van Strafregt, en dat wel met eene straf die, nadat zij, lang of kort (naar mate van gegoedheid of armoede) geplaagd, verdrukt, en uitgemergeld heeft, eindelijk tot den bedelstaf brengt.

Indien er inderdaad, door de inlegering, tegen deze artikels, waarbij nog andere zouden kunnen worden gevoegd, is gehandeld, dan zal er, zoodra dit ingezien wordt, spoedig en voor altijd, een einde aan die handelswijs zijn. De Koning wenscht, wie twijfelt er aan ? getrouw aan de Grondwet te blijven ; de Koning weet dat deze aan den Vorst zoo wel pligten opgelegd als regten toegekend heeft; de Koning heeft niet te vergeefs, in een' plegtigen eed, verklaard „van ,,de Grondwet, bij geene gelegenheid en onder geen voorwend„sel hoegenaamd, te zullen afwijken of gedoogen dat daar„van afgeweken worde; ... de algemeene en bijzondere „vrijheid en de regten van alle de onderdanen en van ieder „derzelve te zullen beschermen en beveiligen." Art 53. — Wat de Grondwet voorgeschreven heeft, het eerbiedigen van vrijheden en regten, zou de Koning uit eigen beweging en gaarne hebben gedaan ; ook bij Z.M. moet het weerzin verwekken dat tegen Nederlanders, in zijn' naam, een middel

Sluiten