Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben, dan nog zou zij krachteloos worden tegenover eene Grondwet, die, ten aanzien der Godsdienstvrijheid, inderdaad een' overvloed van waarborgen vastgesteld heeft.

Doch zou dit alles niet, bij uitsluiting, de zaak van de regtbanken zijn? Moet het niet aan haar worden overgelaten? Mij dunkt dat het, althans evenzeer, de zaak van den wetgever is, de zaak van het Bestuur, de zaak van elk die, door raad en invloed, eenig deel aan regerings-maatregelen heeft.

De regtbanken zijn onderling in strijd. Dezelfde daad is onder het eene ressort strafbaar, onder het andere vergund. Van den wetgever hangt het grootendeels af om, zonder inbreuk op de zelfstandigheid der regterlijke magt, de middelen te bespoedigen waardoor aan zoodanigen strijd een einde kan worden gemaakt. Bij zulk eene tegenspraak in de regtspleging wordt de noodzakelijkheid van den Hoogen Raad dubbel gevoeld.

De zaak wordt door het Gouvernement niet, althans niet geheel, niet in den volsten zin, aan de regtbanken overgelaten. De houding die de Regering tegen de Gescheidenen aangenomen heeft, toont genoeg dat zij de bijeenkomsten als strafwaardig beschouwt. Nu wil ik voorzeker niet te kort doen aan de regters en aan de onafhankelijkheid van hun karakter; maar ik geloof echter dat de betamelijke zucht om het Gouvernement te ondersteunen wel eens, ook waar slechts de schijn van wederspannigheid is, tot vooringenomenheid zou kunnen leiden; en de ervaring heeft altijd geleerd dat vooringenomenheid, dikwijls ook zonder dat men het wil of weet, tot onjuiste beschouwing, tot onbillijkheid en onregtvaardigheden brengt.

Bovendien de meeste regters betuigen dat de strafwet, die zij meenen geldig te zijn en waarop het Publiek Ministerie zich grondt, met weerzin door hen toegepast wordt. Wetgevers, zouden zij afkeuren wat hen, als regters, verbindt. Van het Bestuur hangt het af een artikel dat omtrent zoovele, ook schadelijke, ook onzedelijke vereenigingen nooit ingeroepen is, omtrent Godsdienstige vereenigingen in het vervolg slapend te houden. Van den wetgever hangt het af de wettelijke vernietiging te bewerken. Zoo het waarlijk nog toepasselijk is, heeft het veel te lang reeds bestaan. Het zwaard dat de Godsdienstvrijheid bedreigt, behoort niet

Sluiten