Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vember 1831 — „alhier bij ons. Ik had Koenen en zijn vrouw, haar broeder van Halteren, Alexandrine van Boetselaer, Bahler, Steven en Charlotte. Met Koenen spraken wij belangrijk. Toen da Costa kwam, las hij een vers op den Regenboog voor van zijn vroeg verleden. Dit bracht ons op de Regenboog van Rilderdijk; verzen van Lamartine, proza uit de Archives (Een godsdienstig weekblad van dien tijd). Wij waren zeer vereenigd. Dit nam echter nog toe aan tafel, en nu wij daar over kenteekenen der genade spraken, nam da Costa het woord en sprak met de diepste aandoening over den weg des heils. Hij had veel eerbied voor de vroegere boeken, doch kende geene leiding dan de Schrift, geen kenteeken dan liefde tot Jezus. Niemand moest twijfelen, maar zich steeds onderzoeken en bidden, dat uit hem weggenomen wierd wat nog aan Gods genade wederstaat.... Kr was zulk eene innigheid, zulk eene vereeniging; wij waren daar allen als broeders en zusters. Da Costa was diep geroerd. Wij zaten in die onbewegelijkheid die men zoo heeft, als men geheel aandacht is, en, om dus te spreken, vreest zich te verroeren, om dien toestand niet te veranderen. Christus is een persoon, en men kan gemeenschap met hem hebben. Dat was zijn thema. Het was alsof alles persoonlijk tot mij was gezegd. Toen da Costa vertrokken was, gevoelde ik zoo de behoefte, 0111 te bidden om hetgeen mij ontbreekt: eenvoudigheid en overgegevenheid des harten. Het was een zalige, onvergetelijke avond."

„En den volgenden morgen, zegt Allard Pierson, die het Dagboek uitgaf:

„Nog klonk de echo in mijn hart."

„Maar p Maart, aldus vervolgt Pierson:

„Heden was ik helaas! veel aardscher gestemd."

Ter inleiding van het kort verhaal van de Clercq zegt Pierson : „Hoe geheel anders dan Capadose werkte de Clercq op da Costa. Zie hier eene bladzijde over hem, geschreven met al den gloed der eerste liefde, nog verhoogd door de geestdrift van het Réveil." Even te voren had Pierson gezegd: „Da Costa, door zoo velen gevreesd, was onder den indruk van eigen zwakte. Alleen op zijn Donderdag en Zondagavonden, de een gewijd aan lezingen over geschiedenis, de ander aan gezamenlijke godsdienstoefening, voelde hij zijn kracht herleven." Daarop laat hij de Clercq spreken.

Sluiten