Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar dan ook Gelijk in heel 't Oude Testament

veelvuldig de verbinding Qfl voorkomt, maar

nooit omgekeerd.

De inhoud van dit "IET wordt nu naar twee zijden uitgewerkt in het -]D1 DTïSx XT- Deze beide zijn vooreerst zóó onderscheiden, dat het eerste positief is en het tweede negatief. Doch daar liet J?"i moet worden verstaan van ethiscli kwaad in den ruimsten zin, ligt er tevens dit in, dat de zich in Job openbaarde eenerzijds tegenover God en anderzijds tegenover den naaste. M. a. w. de vroomheid omvatte beide de godsvrucht en de zedelijkheid. Gelijk de rechtvaardigmaking 't beginsel is van de heiligmaking, zoo ook de vreeze Gods 't beginsel van alle maatschappelijke deugd. Dus geene onafhankelijke, maar afhankelijke moraal. Job was het tegendeel van den rechter in de gelijkenis, die God niet vreesde en geen inenach ontzag.

Zooveel over het eerste vers van het boek.

""IvITl dat zijn de twee hoofdtrekken van Jobs geestelijk signalement, waarin we twee hoofdweldaden van het genadeverbond terugvinden, reehtvaardigmaking en heiligmaking.

Bij deze twee behoort echter nog een derde, nam. de heerlijkmaking. Op oudtestamentisch terrein vindt men alle drie stukken terug, o. a. in Psalm 37 : 37 : Let o/> den QJ") en zie naar den -ïcr. want het einde van dien man zal zijn. Ook hier vinden we de on¬

veranderlijke volgorde terug : eerst QJ-|, dan waarom ik liever zou zien, dat er in de vertaling stond : Let op den oprechte en zie naar den vrome. Doch, dit daargelaten, in het aangehaalde psalmwoord (evenals b.v. zakelijk in I's. 25 : 21, 22) vinden we nri en tot een drievoudig snoer samengevlochten met CDC?* Doch

Sluiten