Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Gedeelte : De Opklimmende Lijn.

Cap. 4—19.

Op den weg naar hoven zijn, althans in den aanvang, de stadiën even duidelijk onderscheiden als op den weg naar beneden. Het eerste klimmende stadium correspondeert met liet tweede dalende en het tweede klimmende met het eerste van de dalende lijn.

De uitspraken van Joh, uit welke wij dit gedeelte zijner geschiedenis leeren kennen, zijn alle antwoorden op de redenen zijner drie vrienden. En heel zijn opklimming naar de geloofshoogte van cap. 19 wordt beheerscht door het openbaringswoord, dat Elifaz hem voorhoudt in cap. 4 : 17.

Elifaz verhaalt namelijk dat hem eene bijzondere openbaring is te beurt gevallen, en we hebben niet de minste reden om er aan te twijfelen of dit is inderdaad het geval geweest. God heeft voormaals op velerlei wijze tot de vaderen gesproken, en een nachtgezicht als waarvan Elifaz gewaagt, is juist eigen aan de bijzondere openbaring buiten den kring des Verbonds, getuigen Abimelech, Farao, Nebucadnezar.

We erkennen dus de openbaring, welke Elifaz zegt te hebben ontvangen. Uit de beschrijving, die hij ervan geeft, valt op te maken, dat een engel hem is verschenen en hem heeft toegefluisterd :

Zou een mensch rechtvaardiger zijn dan God ?

Een man reiner dan zijn Maker?

Of de volgende verzen ook tot het openbaringswoord behooren is mij niet duidelijk, maar doet er voor ons tegenwoordig doel ook minder toe. Het is de gedachte van vers 17, die voorloopig Jobs ontwikkeling beheerscht.

Nu moet echter in deze eerste rede van Elifaz ten strengste onderscheid worden gemaakt tusschen den

Sluiten