Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die hen), alsof zij in de plaats van God waren ? Waarom hebben ze geen medelijden met hem, waar de hand Gods hem heeft aangeraakt ?

Doch neen, Job verwacht het niet langer van de vrienden. Hij heeft iets anders en beters. Laat deze zijne woorden met ijzer in de rots worden gegrift en met lood gevuld, zoodat ze duurzaam en duidelijk zijn. Want Job gaat getuigen van de zekerheid zijns geloofs (vers 25r/), de heerlijkheid zijner hope (vers 25b—27«) en het heimwee zijner liefde (vers 27^). Beide, soteriologisch en eschatologisch heeft liij vooreerst zijn hoogtepunt bereikt.

Ik weet, mijn biW leeft, — deze juichtoon wijst het hoogtepunt va)) Jobs soteriologische ontwikkeling aan. De Goël is hier op te vatten als bloedwreker, gelijk de vergelijking met cap. 16 : 18ffl leert. Daar heeft Job

uitgeroepen :

O aard, bedek toch niet mijn bloed!

Want als hij straks onschuldig in den dood gaat, dan moet zijn hemelsche getuige, de Immanu-El, dien zijne ziel zoekt, dat onschuldige bloed zien en wreken. En waar hij nu alle hoop op zijne vrienden varen laat, op hen die van zijne betrekking tot den henielschen scheidsman toch niets verstaan, — daar wordt hij juist uit reactie tegen hun ongeloof in zijn geloof gesterkt. Hij weet zich nu in 't bezit van den Middelaar, dien hij eerst miste en daarna zocht. Thans kan hij uitroepen :

Ik weet m\jn Goël leeft.

Daarom kan Job nu ook getroost in den dood gaan. Want zijn hemelsche getuige, die tegelijk als God almachtig is en als mensch zijn naaste, zijn bloedverwant, zal in 't eind over zijn stof opstaan. Of men

jlTlK vertaalt „de laatste", „als Letzter" (St. Vert.,

Sluiten