Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Jobs gevoelen, dat God zich hier op aarde niet als rechtvaardig rechter openbaart. Immers, als de gebeurtenissen dezes tijds voor den Almachtige niet verborgen waren, dan zou Hij zich toch wel openbaren aan degenen die Hem kennen ?

Kn dan somt Job dat vele op, dat tegen Gods gerechtigheid schijnt te vloeken. Hij stort zijn gemoed uit over de schrikkelijke sociale ongerechtigheden van zijnen tijd. Hij teckent de proletariërs, die in de steppen, in de bergspleten, en op de natgeregende steenen overnachten, die garven dragen zonder tot verzadiging te eten, die olie en wijn persen zonder hunnen dorst te mogen lesschen. Ongerechtigheid op het land en ongerechtigheid in de stad. Ongerechtigheid in het sociale en ongerechtigheid in het zedelijke. Moord en diefstal en overspel worden straffeloos gepleegd. En het schijnt wel of God in dit alles niets onbehoorlijks ziet (vers 1 2/j, naar de opvatting van beide Delitzsch'en, welke ik deel). Zoo leven de zondaars ongestraft tot hunnen dood toe. En dan is er wel niemand meer, die in liefde aan hen denkt (vers 20); doch wat schaadt hun dit ?

Zoo belijdt Job zijne wederspannigheid zonder haatna te laten. Zoo loopt de weg van geloof tot aanschouwing in 't eerst naar beneden. En dit gevaar ligt telkens voor de hand, wanneer de gedachten der geloovigcn overgaan van de dingen, die men niet ziet, op de dingen, die men ziet. Maar hoe reëel dit gevaar ook is, de kerk van Christus kan en mag zich aan de vraagstukken des tijdelijken levens niet onttrekken. Want aan haar hoofd is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Als dit bij de studie der sociale vraagstukken maar nooit voorbij wordt gezien, dan geen nood.

Intusschen zijn de vier mannen in de oplossing van

Sluiten