Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het raadsel des lijdens nog geen' stap gevorderd. En Hilrlad zal hiertoe ook maar geene poging meer wagen. De laatste rede van den Suhiet heeft niet de bedoeling om den strijd te besleehten, maar om dien bij te leggen. Dat blijkt duidelijk uit de wending, die hij aan het gesprek geeft.

Tot nog toe was men het over geen ding zóó goed eens geweest als over de grootheid Gods in de natuur. Kn nu acht Bildad het blijkbaar bevorderlijk aan den vrede om dit thema nog maar eens weer ter sprake te brengen. Kort, maar welsprekend teekent hij in cap. 25 de majesteit (Jods in den hemel der hemelen en aan het firmament. Da"ar zal Job in elk geval mede instemmen. Het heeft hem er vroeger toe gebracht zich te verootmoedigen. Wellicht zal het dat nu weer doen. In elk geval zal hij den Schepper loven.

En inderdaad, dat doet .lob. Maar niet voordat hij eerst nog eens aan de vrienden heeft voorgehouden hoe nietswaardig hun troost is. En als hij dan vervolgens de grootheid des Scheppers bezingt, zoo vat hij haar bij voorkeur op van de huiveringwekkende zijde. Maar hij looft toch weer zijnen Schepper, en toont hierdoor hoe de religieuze beschouwing des hemels geschikt is om het misnoegen over aardsche ongerechtigheid te doen bedaren. Het is inderdaad waar, dat de sterrenhemel stof biedt voor „godvruchtige bespiegelingen tot verheffing des harten" (J. H. Daub).

Rijzonder komt dit uit in het laatste vers van cap. 26, waarin Job zijdelings uitspreekt, dat het vraagstuk als zoodanig niet van de baan is. .fob stemt wel met het scheppingslied van Bildad in. Maar hij trekt er eene andere toepassing uit. Si duo idem faciunt non est idem. Bildad heeft willen zeggen : De Schepper is aanbiddelijk groot: ergo : gij Job moest uw ongelijk erkennen. Maar Joh geeft te verstaan : De Schepper

Sluiten