Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verantwoording te doen van zijne daden. En waar Job in dwazen overmoed geroepen heeft "Hï?, daar klinkt liet hem nu toe uit den liooge (cap. 40 : 2/j) HiïP nibx JTSIE, Wi<' God bestraft, die antwoorde daarop.

Het antwoord van -lob op deze eerste rede des Heeren is zeer karakteristiek. Als een echte Semiet neemt hij terstond liet standpunt in van resignatie. Hij is veel te gering, wat zou hij antwoorden? Eenmaal, tweemaal heeft hij tegen den Allerhoogste gesproken. Maar — de bedoeling van Job kan niet beter worden weergegeven dan in de welbekende uitdrukking uit onze kinderwereld — hij zal het nooit weêr doen. Hij heeft geen ander antwoord aan den Heere, dan dat hij maar niets antwoorden zal.

Dit resultaat is nu wel niet nihil, maar het is toch verre van bevredigend. liet vraagstuk des lijdens is er niet mede opgelost. En nu kan Job wel honderdmaal beloven dat hij het nooit weer zal doen, — daar komt toch niets van. Hij is 1111 wel onder een' diepen indruk van de tlieologisch-kosniologische waarheid. Doch, we hebben het bij cap. 9 gezien, als daar niet iets bijkomt, dan volgen er telkens weer nieuwe uitbarstingen van ongeloof en opstand. Job bukt hier voorde metaphysisehe verhevenheid van zijnen God, en dat is recht. Maar hij moet ook bukken voor zijne ethische deugden, anders gaat de verootmoediging ras voorbij en het zal niet lang duren, of hij wil weder „als een vorst" (cap. 31 : 37) tot Hein naderen.

Daarom roept Jhvli hem ten tweeden male toe (cap. 40 : 7).

Gord nu toch als een man uw' lend'nen;

Ik zal u vragen, — onderricht mij.

Quantitatief wordt het hoofdbestanddeel van deze

Sluiten