Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het suffix 3e persoon in le persoon eenigen grond aan te geven. Overigens wordt heel de beschrijving van nijlpaard en krokodil door hein voor onecht gehouden. Doch de canoniciteit van deze stukken is boven allen twijfel verheven door de allegatie in Rotn. 11 : 35.

In cap. 41 : |l«, door Paulus 1. c. in zijne doxologie ingevlochten, ligt het eigenlijke zwaartepunt van deze tweede rede des lleeren. Wie kwam Mij voor, dat Ik hem zou vergelden, — als dit woord Gods op elk gebied wordt toegepast, clan is voor Job het raadsel des lijdens opgelost. Zijne Hftn en ""HP zijn dan genadegaven Gods; hij is ervoor in God gehouden en niet God in hem (Conf. belg. art. 24). Meer nog, het lijden, dat Job ondergaat in gemeenschap met zijn' Goël, wijst op een lijden van den Middelaar voor hem, dat er logisch aan voorafgaat. Op dit lijden is Job reeds gewezen door het "Ê3 van Elihu (cap. 33 : 24). En als hij zijn eigen lijden zóó leert beschouwen, dan zal hij komen tot waarachtig berouw over zijne ongerijmde woorden tegen den Heere.

In Jobs tweede antwoord aan Jlivh gaat dan ook de verootmoediging aanmerkelijk dieper dan in zijn eerste antwoord. Twee oorzaken zijn hiervoor m. i. aan te geven. Vooreerst het verschil in inhoud van de beide redenen des Heeren. De tweede rede, schoon eene natuurschildering evenals de eerste, ontleent toch hare eigenaardige beteekenis hieraan, dat de verkondiging van Gods ethische deugden er het hoogtepunt in vormt. En juist in de verbinding van deze twee wordt de onverbrekelijke eenheid van Gods macht en recht uitgesproken.

Maar ik meen toch ook nog op iets anders te moeten wijzen. De Heere moet tweemaal tot Job spreken, opdat deze zijn woord beamen zou. Dezen trek hebben we reeds vroeger in Job gevonden. Het woord Gods door

Sluiten