Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binutie van anatomie en physiologie te kunnen nalaten, noodzakelijkerwijze steriel moest blijven; er ontstond eene generatie van orgaan-onderzoekers, die zelfbewust hun drang tot onderzoek op een of enkele organen beperkten.

Wil men voorbeelden, hoever op de aangegeven wijze van samenwerking van anatomie en physiologie is gegaan, men vergelijke de vroegere physiologische onderzoekingen omtrent het centrale zenuwstelsel met de methoden, zooals die zich in de allerlaatste jaren ontwikkeld hebben.

Men ontwaart dan een hemelsbreed verschil in de eischen, waaraan een volledig onderzoek voorheen en thans moet voldoen; werkt men met de thans souverein geworden MARCHi-methode, zoo is de eerste eisch, dat men sober en aseptisch opereere en een zoo beperkt mogelijke, scherp omschreven laesie aanbrenge. Evenals vroeger worden post operationem de verschijnselen zorgvuldig genoteerd; 11a 3 a 4 weken sluit zich daarbij een autopsie aan, waaraan echter minder waarde is te hechten dan aan het daaropvolgend volledige microscopische onderzoek der doorsneden van het geheele centrale zenuwstelsel, waarbij men eerstens met groote nauwkeurigheid kan vaststellen, welke centra en welke verbindingshallen zijn onderbroken en in de tweede plaats, welke opstijgende en welke afdalende degeneraties in het orgaan daarvan het gevolg waren. Feitelijk heeft een physiologisch onderzoek, zonder een zóó volledig opvolgend anatomisch naonderzoek, thans nauwelijks meer eenige waarde. Men ontwaart derhalve te eener zijde eene onvermijdelijk geworden beperking van hetgeen men onderzoeken wil, en zelfs van onderzoek-methode; te anderer zijde uitbreiding der taak in zooverre alleen diegene in het aseptisch ver-

Sluiten