Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zyn, als de bastaard zich zelf bevrucht. Sommige voor blauw bestemde stuifmeelkorrels zullen evenzoo gestemde eicellen bevruchten, en er zullen planten ontstaan die geen bastaarden meer zijn, maar in beide voorkernen de kiemen der blauwe bloemkleur bevatten. Andere voor blauw bestemde stuifmeelkorrels zullen eicellen met de dragers van het varieteitskenmerk bevruchten, en er zullen bastaarden gevormd worden. Ongeveer dezelfde beschouwing geldt voor de andere helft der stuifmeelkorrels, die met de dragers van het kenmerk der variëteit, dus met de latente of inactieve kleurbewerkers. Van die helft moet de eene helft eicellen met dezelfde richting, en de andere helft eicellen van de tegenovergestelde richting treffen. In het eerste geval krijgen wij dus geen bastaarden, maar zijn de jonge planten krachtens beide voorkernen wit van bloem, in het andere zjjn de voorkernen ongelijk en hebben wij dus wederom bastaarden.

De kinderen van een variëteitsbastaard omvatten dus vier typen. Ten eerste zuiver blauwe, ten tweede bastaarden, ten derde zuiver witte en ten vierde weer bastaarden. En uit de gegeven uiteenzetting laat zich gemakkelijk berekenen, dat de kans voor elk dezer vier typen dezelfde is, en dat zij dus, in een eenigzins omvangrijk zaaisel, in gelijk aantal zullen optreden.

Hiermede zijn wjj gekomen tot het beginsel der bastaardsplitsingen, zooals dit geruimen tyd geleden door Men del bij een onderzoek naar de bastaarden van erwtensoorten ontdekt is. Dit beginsel, waarvan men eerst voor korten tijd de hooge waarde heeft leeren inzien, leert ons dat bij kruisingen van variëteiten in het algemeen geldt, wat wij in ons voorbeeld zagen, dat voor de bloemkleur gebeuren moet. Overal, waar het verschil tusschen de beide ouders zich beperkt tot één punt, dus tot ééne eigenschap die in den eenen actief en in den anderen inactief is, moeten de bastaarden bij zelfbevruchting drieërlei nakomelingen geven. Van die typen komen er twee geheel met de beide

Sluiten