Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu eens korter en dan weer langer kunnen samenwerken, maar in tal van gevallen, ja misschien wel in de meeste ten slotte het moeten opgeven, en den bastaard laten sterven vóór hij bloeien en zaaddragen kan. Als laatste nummer in deze reeks zou dan het zeer gewone verschijnsel te noemen zijn, dat vele bastaarden eerst te laat beginnen te bloeien, daar zij of hunne eerste bloemknoppen of bloemen onvoltooid afwerpen, of wel te lang wachten, voor zij bloemknoppen aanleggen. Treedt dan de herfst in, vóór er werkelijk zaadknoppen bevrucht zijn, zoo kan men geen zaad meer oogsten. Op deze wijze eindigen de kruisingsproeven b.v. in het geslacht der tabaksplanten niet zelden.

Om te begrijpen, waarop deze storing in de samenwerking der beide voorkernen berust, is het noodig dat wij nog eens op het verschil tusschen soorten en variëteiten terugkomen. Berust het ontstaan der laatste op een overgang van voorhanden eigenschappen uit den actieven toestand in den inactieven, de vorming der eerste moet daartegenover aan een geheel andere oorzaak worden toegeschreven. Men ziet dit het gemakkelijkste in, wanneer men het rijk der levende natuur in het algemeen beschouwt. Hier berust de vooruitgang op differentieering, op een toenemen van het aantal kenmerken. Dit springt terstond in het oog, wanneer wij de hoogere dieren met de lagere, of de bloemplanten met mossen of wieren vergelijken. Eéncellige wieren, draadwieren en vlieswieren hebben een veel eenvoudiger bouw dan boomen en heesters, en daarmede een geringer aantal kenmerken. Of met andere woorden: het aantal der erfelijke eigenschappen neemt met de steeds hooger wordende organisatie allengs toe. Slechts zijn de stappen voor onze waarneming te klein. Wij zien duidelijk verschillen in hoogte van ontwikkeling tusschen verwante familiën, ja somwijlen tusschen geslachten. Maar om te zeggen, welke soorten uit een bepaald geslacht hooger georganiseerd zijn, dat wil dus zeggen meer erfelijke eigenschappen bezitten

Sluiten