Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt dus de samenhang van het geheel niet gestoord. Hier echter staat tegenover de nieuwe eigenschap niets, want daarin ligt juist haar nieuwheid. Plaatselijk is er dus een gebrek in de overeenkomst, en wel een zoodanig, dat ook op de samenwerking van andere, naburige deeltjes storend kan inwerken. En nu kan men zich gemakkelijk voorstellen, dat zulk eene stoornis nog maar gering is, en op zich zelve ternauwernood een merkbare beteekenis zou hebben. Maar zoodra tusschen de beide soorten, die men voor eene kruising kiest, het aantal verschilpunten grooter wordt, twee of drie, of misschien zelfs tientallen gaat bedragen, dan begrijpt men dat zulke ongelijke plaatsen in de voorkernen schadelijk moeten gaan worden. En wel des te schadelijker, naar mate zy talrijker zullen zijn. Met andere woorden, hoe grooter het aantal verschilpunten tusschen de beide ouders is, des te kleiner is de kans, dat de samenwerking der beide voorkernen van langen duur zal zijn, des te eerder zal de gevormde bastaard, hetzij j°nf?e plant, hetzij als zaad, hetzij als kiem, hetzij reeds terstond bij zijn aanleg bij de bevruchting te gronde moeten gaan. Wy zien dus, dat deze voorstelling een uiterst eenvoudige verklaring geeft van hetgeen de ervaring ons omtrent de levenskansen der bastaarden in het algemeen leert.

Gedurende het leven van den bastaard blijven de beide voorkernen, als haar onderlinge verschillen niet te groot zijn, met meer of minder groote moeite den gemeenschappelijken arbeid volhouden. Zij zijn als een span van twee zeer ongelijke paarden. En men moet zich verwonderen dat gevallen, zooals die van den Bastaard-Gouden-Regen, waarin zij uit den band springen en elk haar eigen bestaan gaan voeren, haar eigen stempel aan weefsels en knoppen en bladeren en bloemen gaan opdrukken, zoo uiterst zeldzaam zijn. Haar samenwerking is altijd onvolkomen, nu eens meer dan weer minder. Zij passen niet bij elkaar, zooals men aan alle uitingen van het bastaardleven zien kan. De

Sluiten