Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuurman van de stoomboot te l'hiladelpliia een re<;u moeten afgeven aan den eersten vervoerder en deze het ter hand moeten stellen aan den inlader. Na overlading te Rotterdam in het beurtschip naar Keulen, zou de schipper van het beurtschip reru moeten geven aan den kapitein van het zeeschip en deze het moeten opzenden aan den eersten vervoerder, die het weder aan den inlader zou moeten afgeven. Deze zou de re<;us ten slotte aan den geconsigneerde zenden, maar de goederen zijn dan reeds sedert lang te Keulen aangekomen en afgeleverd.

De re rus komen te laat in handen van den ontvanger der goederen, om de rechten, aan die ret-us te ontleenen, nog te kunnen uitoefenen.

Ik resumeer de hoofdbezwaren verbonden aan het doorvervoer, zoolang dat niet wettelijk geregeld is:

1°. De ondorteekenaar van het door-cognossement verbindt alleen zichzelf, niet zijne volgende vervoerders; er is geen rechtsverband tusschen den inlader en alle vervoerders ;

2r. De onderteekenaar van 't door-cognossement is niet gehouden het vervoer binnen zeker tijdsverloop, noch door vooruitgenoemde transportmiddelen te doen plaats hebben ;

3'. De ontvanger staat hulpeloos tegenover den laatsten vervoerder en kan tegenover hem, krachtens het doorcognosseinent, geen enkel recht doen gelden.

Niettegenstaande die bezwaren, en vele andere, waarvan de opsomming en uiteenzetting mij hier te ver zonden voeren (men leze de hiervoor geciteerde geschriften) blijft de handel gebruik maken van die door-cognossementen, voor de ontvangers zoo onereus ! Wel een bewijs dat zij voor den handel onontbeerlijk zijn geworden! Is daarin niet voor de wetgevers in alle landen eene vingerwijzing gelegen, dat deze nieuwe vorm van vervoer-contract, onmisbaar zijnde, codificatie behoeft ?

De handel heeft zich in de noodzakelijkheid geschikt;

Sluiten