Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na het ontstaan van het door-cognossement is al spoedig zijne ojimixlxiarheid gebleken en om het voortbestaan van dat onontbeerlijke document mogelijk te maken, hebben inladers en ontvangers eenerzijds, vervrachters en vervoerders anderzijds, geschikt en geschipperd, en — dit geldt vooral voor de ontvangers — veel door de vingers gezien, uit nooddwang. Indien er geen wettelijke regeling ware voor het gewone cognossement, zou dat cognossement toch gebruikt worden, de handel zou het toch noodig hebben, en er zou „geschikt en geschipperd" worden evenals thans met het door-cognossement. Dat neemt niet weg, dat overal waar het zeerecht gecodificeerd is, het „cognossement" daarin is opgenomen. Waarom dan ook niet het door-cognossement, nu het even onmisbaar is geworden als het cognossement ?

Het moet bevreemding wekken, dat het door-cognossement in niet één wetgeving wordt genoemd. Zelfs de jongste handelswetgevingen, de Duitsche en de Scandinavische, noemen het niet.

Ik zoek de oorzaken daarvan in de volgende feiten: 1°. dat het doorvervoer geheel te water of gedeeltelijk te water, gedeeltelijk te land, langen tijd nog in staat van kindsheid, van eerste ontwikkeling, heeft verkeerd;

2°. dat het doorvervoer, waar het deels te land en deels te water geschiedt, eene vereeniging is van twee soorten van vervoer, totaal van elkander verschillend in karakter;

3°. dat men vreesde door codificatie het bestaan van het door-cognossement in gevaar te brengen ;

4°. dat men alleen heil verwacht van eene internationale wetgeving, en daardoor eene nationale wetgeving van geen nut acht.

Op punt 1 ligt het antwoord voor de hand; het doorcognossement is nu de kinderschoenen ontwassen. Het gebruik daarvan is algemeen en de voor- en nadeelen er van thans voldoende bekend. Nu het bij den handel burgerrecht heeft verkregen, kan de wetgever het niet langer ignoreeren.

Sluiten