Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen punten denkt men door middel van loodlijnen op dit vlak geprojecteerd.

Voor het mathematisch aardoppervlak kan met een nauwkeurigheid, die voldoende ia voor alle mogelijke technische doeleinden, worden genomen een omwentelingsellipsolde, ontslaan door wenteling eener ellips om hare kleine as. Deze is volkomen bepaald door de halve groote as — den straal van den aequator — en de afplatting, dat is de éénheid Verminderd met het bedrag der verhouding tusschen kleine en groote as. De getallenwaarden, die tegenwoordig bijna uitsluitend in gebruik zijn, zijn die door Bessel in 1841, en die door Clarke in 1880 afgeleid; met de resultaten van latere onderzoekingen stemt van deze waarden de afplatting volgens Bessel, ongeveer I : 299, en de halve groote as volgens Clarke, ongeveer 6378 kilometer, het best overeen.

Dat de gedaante van het aardoppervlak in het algemeen niet veel kan verschillen van die eener afgeplatte omwentelingsellipsoïde werd reeds op theoretische gronden betoogd door Muygens en Newton: het is toch de gedaante, die het oppervlak eener draaiende vloeistofmassa onder de gezamenlijke werking der algemeene aantrekkingskracht en der middelpunt vliedende kracht aanneemt. De halve groote as en de afplatting dier ellipsoïde zijn te bepalen door graadmetingen, waarmede men tot in de eerste helft der vorige eeuw uitsluitend bedoelde metingen van de lengte van een deel van een meridiaan. Ook hierbij past men de methode der triangulatie toe, waarbij men zorgt, dat de uiterste punten van het langgestrekte net nagenoeg op

Sluiten