Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de variëteiten in iedere soort en bijkomende, vooi de mathematische theorie dikwijls hoogst belangrijke voorwaarden.

Al deze soorten van verzekering vormen combinatiën van verzekerings- en spaarwezen ') en worden in de mathematische theorie der levensverzekeringswetenschap behandeld.

Een korte toelichting van deze verdeeling in soorten van verzekering volge.

Verzekeringen bij leven zijn die, waarbij, indien een of meei personen op een vooraf bepaalden leeftijd of datnm in le\ en zijn, uitkeeringen worden genoten of renten worden getrokken.

Gemengde verzekeringen zijn evenzoo die, waarbij de beide vorige vormen, d. i. de gewone levensverzekering en de verzekering bij leven, gecombineerd voorkomen; bijvoorbeeld een verzekering van kapitaal bij leven op zekeren vooraf bepaalden leeftijd of bij overlijden vóór het bereiken van dien ouderdom.

De verdere door mij genoemde verdeelingen zijn, zonder nadere toelichting, verstaanbaar genoeg, uitgenomen de laatste, waarbij sprake is van „met en zonder restitutie . Hierover

dus een enkel woord.

Wanneer een verzekeringscandidaat wordt aangeraden een verzekering te nemen, waarbij hij een koopsom of premie moet betalen, ter verkrijging van zekere uitkeering of rente onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld bij het bereiken \an den leeftijd van zestig jaren, dan stuit men daarbij meermalen op het bezwaar, dat hij de bedenking oppert: „Maar als ik eens vóór mijn zestigste jaar kom te overlijden, dan is al het gestorte verloren". Het is dan dikwijls moeielijk hem duidelijk te maken, dat tegen zijn bedenking over staat, dat hij, dien leeftijd werkelijk bereikende, veel meer ontvangt, dan uit zijn stortingen met daarop gekweekte rente zou zijn voortgevloeid en dat deze twee tegenover elkander staande mogelijkheden, naar de wetten der waarschijnlijkheidsrekening, juist in wiskundig evenwicht verkeeren.

Bemerkt nu een verzekeringsagent, dat op genoemd bezwaar

i) Daarvan zijn uitgezonderd de zelden of nooit voorkomende verzekerin gen. die geen reserve vormen. Hierbij ontbreekt het spaarwezen geheel.

Sluiten