Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een enkele opmerking dient hier echter noodzakelijk aan te worden toegevoegd. De reserve is namelijk geen persoonlijk eigendom van de verzekerden. Dit zou ongerijmd zijn. Immers ware dit zoo, dan hadden zij het recht deze reserve op te vorderen en deden dit al de verzekerden op één na — ik stel duidelijkheidshalve dit uiterste geval — dan zou die ééne verzekerde met zijn reserve overblijven. Er was dan voor hem geen sprake meer van verzekerd te zijn. De verzekerden hebben zich in zekeren zin verbonden tot onderlinge hulp en wel door tusschenkomst van den verzekeraar. Zij mogen zich daaraan op een gegeven oogenblik niet onttrekken. De reserve kan evenmin beschouwd worden als het gezamenlijk eigendom van al de verzekerden. Dan toch zouden deze verzekerden, mits te zamen optredende, over de reserve kunnen beschikken en alzoo den verzekeraar het middel ontnemen, zijn verplichtingen tegenover ieder hunner na te leven. Ook is de reserve niet het eigendom van den verzekeraar. Deze toch moet haar gebruiken tot nakoming van zijn verplichtingen, tenzij hij in staat ware door bijzondere inkomsten op andere wijze daaraan te voldoen. De reserve is derhalve een zelfstandig onsplitsbaar fonds onder beheer en alzoo in feitelijk bezit van den verzekeraar, dienende om hem in staat te stellen zijn verplichtingen tegenover de verzekerden na te leven *1).

Tot nog toe hebben wij een zelfde kategorie van verzekerden beschouwd. Nu kunnen echter ook verzekeringen volgens verschillende tarieven en verschillende leeftijden elkander onderling dekken; mits steeds de koopsommen of premiën naar de medegedeelde beginselen zijn vastgesteld.

Zooals reeds is opgemerkt, heeft een verzekerde geen recht op zijn reserve, daar deze niet als zijn persoonlijk eigendom mag worden beschouwd. Toch kan in enkele gevallen een deel dezer reserve — wij zullen in het vervolg aanwijzen, waarom juist een deel — als zoodanig worden aangemerkt en, wanneer

>) Deze beschouwing betreft het mechanisme van het verzekeringswezen van uit een zuiver wiskundig standpunt. Er zijn rechtsgeleerden, die beweren dat de reserve het eigendom js van den verzekeraar. Hebben deze rechtsgeleerden gelijk, dan wijst dit o.i. op een onjuistheid in onze wetgeving.

Sluiten