Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In omgekeerden zin heeft een dergelijk verschijnsel plaats bij lijfrenteniers. Deze personen blijken een minder groote afsterving te geven, dan de algemeene sterftetafels aanwijzen. Zwakken en lijdenden toch zullen niet zoo spoedig tot het nemen van een lijfrente overgaan als anderen.

Wij komen, na deze beschouwingen, als van zelf op den „afkoop" terug. Daarbij kan een deel der reserve worden teruggegeven. Wij zullen thans zien waarom juist een deel.

Onder de verzekerden, wier contract reeds eenigen tijd loopt, komen natuurlijk zieken en gezonden voor. De gezamenlijke verzekerden vormen, als het ware, een beeld van de bevolking, waarin ook zieken en gezonden voorkomen. Nu wordt de reserve voor ieder verzekerde persoonlijk berekend, d. w. z. hem wordt een met zijn leeftijd overeenkomenden gemiddelden gezondheidstoestand toegekend. Daardoor is dus voor het geheel der verzekerden, welk geheel als zoodanig een gemiddelden gezondheidstoestand geniet, in de plaats gedacht een ander geheel van verzekerden, waarin ieder voor zich zulk een gezondheidstoestand deelachtig is. De persoonlijke reserve, die men vindt, geldt dus slechts als een gemiddelde, met behulp waarvan de totale reserve wordt opgemaakt. Zij is de reserve voor een theoretisch persoon, voor den verzekerde in de plaats gedacht, en geenszins de reserve voor den verzekerde zelf. Is deze laatste bijvoorbeeld doodehjk ziek en verzekerd voor een uitkeering van duizend gulden bij overlijden, dan kan de reserve voor dezen theoretischen persoon bijvoorbeeld slechts vijftig gulden zijn; terwijl zij voor den werkelijk verzekerde bijna duizend gulden moet bedragen. Was hij daarentegen lijfrentenier, dan zou gevonden kunnen worden, dat de reserve voor den theoretischen persoon acht duizend gulden is; terwijl zij voor den werkelijk verzekerde inderdaad slechts iets meer dan nul bedraagt. In het eerste geval zal natuurlijk geen afkoop worden gevraagd en in het tweede zou een som worden teruggegeven, die niet voor den verzekerde, maar voor een theoretisch persoon geldende is, tot groote schade zijner medeverzekerden. Om dit nu te voorkomen, kan in zulke gevallen geen „afkoop" worden toegestaan, dan na keuring en wordt bovendien slechts een deel, bijvoor-

Sluiten