Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeene schepsels, die daar woonden; ze hadden ons zeker geroepen 0111 ons alles af te stelen; we moesten nooit gaan, ze zonden ons opsluiten, misschien wel slaan en dood maken — het waren kindermoordenaars.''

„Er waren twee huizen," zeiden wij.

„Ja, in 't eene huis," vergoelijkte het meisje, „wonen de heeren, in het andere die vrouwen."

„Maar waarom zijn zij er toch?" hielden wij aan, bijna schreiend van angst.

„Ik weet het niet, om te luieren en te drinken, geloof ik . . . ."

Voortaan bleven wij ver uit de buurt der groote St. Eusebius kerk; want thuis ook hetzelfde verbod:

„Nooit weer door die steeg; daar waren immers de groote straten; we moesten niet in zulke vieze steegjes kruipen."

En een deel van onze kindervreugd en onbevangenheid was voor altijd weg, en gedurig verrees voor onze bedjes het beeld van die huizen ; en die mannen en die toegetakelde logge vrouwen, zagen wij ons weer toeknikken en wenken.

Nu, na jaren, staan nog altijd die verschrik-

Sluiten