Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe zij, de arme paria's, soms haar leed uitsnikken: „Zij gingen verloren; armoe, zieke moeder, ongelukkig broertje of zusje, afschuwelijk te huis, kiem van ziekte. — Zij zijn zoo

ongelukkig!"

Ik droomde, dat die met veel geld en liefde toebedeelde vrouwen, die wisten deze vreeselijke huizen dicht bij de groote kerk, die kenden de verdorvenheid der kinderen uit zoo een buuit met publieke huizen van ontucht, waar gespot wordt met al het hoogere en waar de kinderen opgroeien tot misdadigers:

„Vlijtig zijn? Goed leeren om later vooruit te komen?" dat zien ze in die huizen tegenover zich wel anders, die komen er met luiheid naar 't schijnt wat goed en gemakkelijk !

„Zedelijkheid of fatsoen?" vragen de ouders, „wat is dat? Hierover komen de Heeren van de stad, deftige heeren, hooge heeren, rijke heeren, getrouwde heeren, vaders, grootvaders; veel die er dronken heenwaggelen; ouderen die er jongeren heenbrengen; t is me een zoodje, verwijten ze schamper.

Hoor over de eerste schrede, welke velen zoo

2

Sluiten