Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschoolde spreekstem heeft, nog geen akteur of aktrice is — daartoe behoort nog oneindig veel meer —, maar de stemstudie moet bij de aanstaande tooneelisten de plaats innemen, die vingeroefeningen bij de instrumentalisten vervullen.

Om u een voorbeeld te geven, hoe noodig stemstudie is om den indruk weer te geven van wat men zeggen wil, vertel ik u even het volgende: In het 5de bedrijf van de Vorstenschool van Multatuli werpt Hanna zich, nadat zij met klimmende belangstelling gevolgd heeft wat de Koningin tegen Van Huisde heeft gezegd, op de knieën, en roept, daar zij de „les in de entomologie" niet langer kan aanhooren: „Genade voor dien inan!"

Telkens nu als het jonge meisje, dat de rol van Hanna studeerde, aan die woorden kwam, kreeg ik niet veel meer te hooren dan, nü eens met een klanklooze stem op veel te lagen toon, zoodat zij in een grootere ruimte niet verstaan zou worden: „Genade voor dien man!", dan weer op een hoog schril toontje : „Genade voor dien man !", dat evenmin den vereischten indruk maakte. Ik studeerde toen eerst met haar het woord „genade", en wel op deze wijze: eerst op denzelfden toon : „Genade, genade", om voldoende kracht en klank op het woord te krijgen ; daarna liet ik het haar op deze wijze uitvoeren : „Genade, genade, genade", tot zij de vereischte toonhoogte, klank en kracht had.

Toen zij haar stem nu in haar macht had, bewees zij mij, dat het niet tot hun recht komen van die woorden niet had gelegen aan gemis van voordracht, of van begrip der situatie.

En zoo zal het heel dikwijls voorkomen, dat tooneelisten wèl in den geest hooren, hoe zij dit of dat moeten zeggen, op welke toonhoogte zij een kreet moeten slaken, of moe-

Sluiten