Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men als s met een keel-^ uitspreken; volgt op de sch een r, dan hoort men dikwijls sr!, srijven in plaats van schrijven. Tegen de k en de h wordt ook veel gezondigd ; al deze medeklinkers moeten gevormd worden tusschen den rug der tong en het harde gehemelte, in het voorste gedeelte van den mond. Ook de h moet men naar het harde gehemelte richten, terwijl alle vocalen, de eene wat meer en de andere wat minder naar voren, tegen het harde gehemelte

moeten aanslaan.

Ook de zuiverheid der vocalen laat veelal te wenschen over en men hoort dikwijls een ee met een e/-klank, een ei met een ai-, een oo met een o«-klank; de a speciaal in Amsterdam als è: Jen, men, enz. Velen zeggen zelfs geen zuivere aa, maar brengen daar zooals in ons Haegje een èklank in, of zooals in Amsterdam een ó-klank: waoter. Wij hebben reeds gehoord, welk een belangrijk punt bij spreken en bij zingen de wijze van ademen is. Wordt er bij zingen nog een bepaalde wijze van ademen gestudeerd, al is die manier van ademen dan ook niet altijd aan te bevelen, bij spreken en lezen ademt men maar zooals het uitkomt. Wèl zeggen ouders en onderwijzers tot het lezende meisje, dat om 't andere woord naar lucht hapt, of tot den jongen, die bijna in zijne woorden stikt: „flink diep ademen, maar höè ze dat moeten doen, wordt hun niet bijgebracht.

Wie kent ze niet, de redenaars, die voortdurend met een ademnood spreken, die om de paar woorden de schouders optrekken, naar lucht happen, en het bovenste gedeelte van de borstkas oplichten, terwijl zij bewegingen en geluiden maken, die zoo vermoeiend op de hoorders werken ?

Een andere manier van ademen, die eveneens zeer vermoeiend op de toehoorders werkt, is: dat de spreker zoo

Sluiten