Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang doorpraat zonder opnieuw in te ademen, dat men telkens vreest hem in zijne woorden te zien stikken. Men heeft verder redenaars met een harde, vlakke kraakstcm, waarvan de klank u telkens aan gebarsten porcelein doet denken ; andere met een eentonig, vervelend nasaal geluid; als er geen plaatselijke hindernis is, dan ontstaat dit door het niet openen van den mond en het niet optrekken van het zachte gehemelte. Dezelfde slapheid vinden we dikwijls bij het uitspreken van de medeklinkers; men hoort Vrans in plaats van Frans, glank in plaats van klank, zuiker in plaats van suiker. De l is een letter, waarmede sommige menschen hun geheele leven lang op voet van oorlog blijven ; en als ze het bekende versje ook honderden malen lezen, steeds blijft het: „Jeentje jeerde Jotje joopen enz." Sommigen spreken de / ook te dik uit en zeggen //. De Amsterdamsche straatjeugd en het volk is vooral groot in het verbasteren van de klinkers. Over de aa en a sprak ik reeds, doch van de cc en de oo komt meestal ook niet veel terecht.

Laatst zag ik een jongen, die door twee andere werd aangevallen. Een vierde, wiens rechtvaardigheidsgevoel daartegen opkwam, riep: „Hè nèi, jonges, chein twei teigen ein, da's gemein."

Een ander drietal ging naar school, en een van hen spoorde het meisje aan om wat gauwer te loopen, daar ze anders te laat zouden komen. Nauwelijks zijn ze den hoek der straat om en krijgt het beknorde meisje de school in het oog, die nog gesloten is en waarvoor een groot aantal kinderen aan 't spelen is, of ze springt op van plezier, klapt in de handen en roept: „Ou chut, de schaul is noch nie eins aope!"

En niet onder het volk, maar ook in den beschaafden

Sluiten