Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den toon op de juiste hoogte te krijgen en — men wordt doodmoe van het aanhooren van zulk zingen. Soms vindt men de fouten, die ik opnoemde, vereenigd bij een zanger of zangeres; soms maken zij zich schuldig aan de hoofdfout, verkeerd ademen, waaruit dan noodzakelijk andere fouten ontstaan. Otto Lessmann, de redakteur der Allgemeine Deutsche Musikzeitung, zegt in No. 36 van den 6en Sept. 1901: „Singen heisst Athmen; dieses Paradoxon wird verstandlich so bald man sich vergegenwartigt dass der Ton ein Ergebniss der Athemführung ist, dass von der Richtigkeit oder Unrichtigheit der letzteren die Tonqualitat abhangt und sowohl Klangfülle wie Tragfahigheit, Stetigheit und Dauer des Tones einzig auf ein richtig geschultes und geübtes Athmen zurück zu führen sind. Das alles wissen die Sanger sehr wohl, aber wie wenige von ihnen haben Interesse und Energie genug um ihr Ohr aufhorchend an ihre eigenen Leistungen zu legen und Verbesserungsdürftiges wirklich zu verbessern." Dit laatste nu ben ik niet geheel en al met Otto Lessmann eens. Zeker, er zijn zangeressen, die zelfs zingen zonder een noot te kennen, en die zich liever hun geheele leven lang de partij, die ze te zingen hebben, door een repetitor laten voorspelen, dan dat zij zich de moeite geven om de noten te leeren, en zoo zijn er ook zangers en zangeressen, die geen „Interesse und Energie" hebben, zooals Lessman zegt, om hun fouten te verbeteren, maar er zijn er óók, die wel degelijk onophoudelijk en vlijtig studeeren om hun gebreken te verbeteren, maar bij wie de vlijtigste studie niet helpt, omdat het onderricht verkeerd is of was. Men kan dus niet genoeg wijzen op het nut van een goede adembeheersching, en dat de zangmeester daaraan in de allereerste plaats zijn aandacht

Sluiten