Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u van een leerling met een einddiploma van een conservatorium, die geen adembeheersching heeft, die nooit van résonnance heeft gehoord en er dus alle tonen, zooals men dat noemt, tegenaan zingt, en die geen mezza voce heeft ? Dat is haast onmogelijk, dat bestaat niet, zult ge zeggen.

Toch wel, het spijt me u te moeten tegenspreken, maar ik ken ze. De leerlingen van den heer Spoel gaan bijna alle, na het Conservatorium afgeloopen te hebben, naar anderen om hun techniek te verbeteren. En om te bewijzen, dat ik niet maar wat zeg, zonder grond voor mijn bewering te hebben, zal ik u de namen noemen. Anna Blauw ging naar het buitenland, niet om het muzikale leven in een groote stad eens eenigen tijd meê te maken en om zelfstandige artiste te worden, maar om haar techniek te verbeteren bij Frau Schuitzen—von Asten. Juffrouw Kappel zong, toen ze het Conservatorium verliet, er onophoudelijk, zooals men dat noemt, tegenaan ; haar hooge tonen waren zeer onvoldoende, zeer onvast, en sloegen dikwijls, volgens een leerlinge met wie ze tegelijk les had, om. Ze ging daarop een paar maanden naar Lilli Lehmann, *) die haar leerde den toon hoog te nemen, en daarna werd zij over een tijdsverloop van l1/» jaar mijn leerlinge.

Ik leerde haar de juiste wijze van ademen toepassen en het gebruik van de buikspieren kennen, waardoor de stem aan volheid en omvang won ; de hooge tonen kregen een steun en van omslaan of onvast zweven is geen sprake meer.

Ook juffrouw Seret kreeg ik op 31 Maart 1901 met een in alle opzichten onvoldoende techniek uit de handen van den heer Spoel.

*) Hoe hoogst bekwaam deze zangonderwijzeres ook is, kan men in slechts een paar maanden tijd zelfs van haar zoo heel veel niet leeren.

Sluiten