Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die stem zal nu voor altijd zwijgen voortaan ; hij overleed 3 Maart j.1. Coster behoorde sedert 20 jaar tot mijn beste en meest vertrouwde vrienden, en daarom mag ik, en kan ik, van hem zeggen, dat hij de vriendelijkheid en welwillendheid in persoon was. En hoewel nu zijn geschriftje tegen de muzikale kritiek in de meest vriendelijke en welwillende bewoordingen gesteld was, werd hij toch onmiddellijk bijna van alle kanten aangevallen. „Het was goed," zeide een der aanvallers, „dat hij zijn geschrift maar een vlugschrift genoemd had, want het was erg onhandig en vluchtig gesteld. Zijn denkbeelden waren utopieën, enz. enz." Hij had ernstig plan om te trachten verbeteringen aantebrengen ; het heeft echter niet mogen zijn. Als men hoort van den kritikus der N. R. Courant, den heer Sibmacher Zijnen, hóe de kritiek dikwijls wordt uitgeoefend, dan kan men er niet meer aan twijfelen, dat de kritiek mede oorzaak is van het verval der zangkunst. Op bladz. 6 in zijn open brief aan den heer Coster te Arnhem toch lees ik het volgende:

„Maar we zouden 't over de grieven hebben tegen de muzikale kritiek. Ze zijn vele en vaak gerechtvaardigd.

Aan den eisch, dat zij, als de muziek, zal wezen tegelijk sentiment en wetenschap, voldoet zij te zelden. Om te kritizeeren moet zij begrijpen —om te begrijpen moet zij voelen.

Er is 'n kritiek, de slechtste, die nóch door gevoel, nóch door 't rechte begrip geleid wordt en die — om Richard Waqner's woorden te bezigen — alleen kan blijven voortbestaan door 't groote publiek te verwaarloozen, die van deze verwaarloozing leeft, en haar, ter wille van eigen levensbehoud, bevordert.

Er is 'n kritiek, niet minder slecht, die de „gangbare opinies" van 't groote publiek vleit, met ernstige be-

Sluiten