Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan dat laatste verzoek wil ik echter, als beminnelijk mensch, dat ik op zijn tijd ook wel eens wezen kan, voor ditmaal gaarne voldoen, en ik wil dan heel graag constateeren, dat een recensent dikwijls persoonlijke veeten wreekt; ja, ik wil er zelfs aan toevoegen, dat Arnold Spoel zelf een schitterend voorbeeld van dergelijke kritiek gegeven heeft.

Voor eenigen tijd las ik in het Weekblad voor Muziek een artikeltje van den redakteur, Hngo Nolthenius. Hij kondigde daarin aan, dat een zijner leerlingen plan had een liederenavond in Amsterdam te geven, zette het standpunt uiteen, waarop zijn leerling stond, hoe ver hij met zijn studie gevorderd was, enz. Kortom, hij lichtte recensenten en publiek eenigszins in over wat zij te hooren zouden krijgen. Wel, dacht ik, dat is zoo'n kwaad idee niet; de kritiek weet dan, welke eischen zij aan dien jongen man kan stellen. Toen nu kort daarop een mijner leerlingen een liederenavond zou geven, bekroop mij de lust, dit voorbeeld te volgen. Daar ik nu echter geen Weekblad voor Muziek tot mijn beschikking had, besloot ik mijn schrijven te richten aan de redacties en muziekverslaggevers der voornaamste bladen. Ik zond mijn schrijven, met volkomen goedvinden van mijn leerlinge, aan het Algemeen Handelsblad, de Nieuwe Rotterdamsche Courant, het Nieuws van den Dag, het Weekblad de Amsterdammer, de Amsterdamschc Courant en aan het Weekblad voor Muziek. In dat schrijven zette ik het studie verloop mijner leerlinge uiteen, deelde daarin mede, dat zij, na met een einddiploma het Conservatorium in Den Haag te hebben verlaten, om een geheel onvoldoende techniek en slechte wijze van zingen haar zangstudie bij mij van voren af aan had moeten beginnen ; hoe zij haar zelfvertrouwen geheel en al verloren had, welke hare voornaamste

Sluiten