Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaamte te overwinnen ; meestal toch is het antwoord, als men er op aandringt, het gezicht de juiste uitdrukking te geven: „Hè, mevrouw, dat staat zoo mal, dat durf ik niet, ze zullen me uitlachen." Ook hier doet het voorbeeld veel, zoo niet alles.

Voor het laatst nog ééns de heer Spoel. Hij keurt het ten zeerste af, dat men zijn eigen methode zoo ophemelt. Laat ik hem nu eens laten antwoorden door Multatuli.

In Idee 108 lees ik : „Er bestaat geen hoogmoed. Er bestaat geen nederigheid. Er bestaat alleen waarheid of onwaarheid."

En in Idee 109:

„Zijt ge een goed zwemmer?

Zoo, zoo ....

De man loog. Hij zwom als 'n eend."

En zoo zou ik liegen, als ik op de vragen : „Kent ge uw werk, hebt ge goede resultaten ?" antwoordde : „Zoo, zoo..."

En nu de heeren kritici! Mij dunkt, ik zie ze vanavond de hoofden al bij elkaar steken en ... hoor ze het „air des conspirateurs" zingen ; wat zullen we nu met zoo'n brutaal mensch doen, vragen ze aan zichzelf en aan elkaar; want dit staat vast: iemand, die de waarheid durft te zeggen, is altijd brutaal. Welnu, ik denk, dat ze wat ik gezegd heb ... belachelijk zullen maken, of een niet geheel juist verslag zullen geven van mijn lezing, zooals bijv. Arnold Spoel, maar dan in iets beteren stijl, of — ze zullen er mij eens goed van langs geven, of — wat zij als het ergste beschouwen, mij negeeren. Maar een van die vier mogelijkheden zal gebeuren, kijkt er de couranten maar op na.

Toen ik in 1894 in deze zelfde zaal mijn eerste lezing hield over hygiënisch en methodisch spreekonderricht, was ik nog bijna de eenige, die dit onderricht gaf in Amsterdam.

Sluiten