Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boeddha voor drie maanden op en was hij in een der sierlijke lusthoven, hem door rijke vereerders geschonken. In deze lusthoven, welke voorzien waren van allerlei woningen voor de monniken, zalen voor bijeenkomsten en groote voorraadschuren, ontving hij, bij de heerlijke vijvers met lotusbloemen, onder de geurende mango's en de wuivende palmen, de pelgrims, die kwamen om den verhevene te zien, hem vragen te doen en zijne leer te hooren. Boeddha had echter niet alleen vrienden, maar ook vijanden. Niet slechts waren de Brahmanen en de asceten hem vijandig, doch ook zijn eigen neef Devadatta, die, door eerzucht gedreven, zelf het hoofd van de secte wilde worden, trachtte den meester uit den weg te ruimen. In weerwil echter van haat en list kon Boeddha rustig zijn leven voortzetten, tot hij omstreeks 480, in den leeftijd van ongeveer 80 jaren stierf. In de nabijheid van Kusinara, waar hij zijne vrienden rondom zich vergaderde, en hen voor het laatst vermaande vast te houden aan zijne leer, die hun eenige meester moest zijn, als hij was heengegaan, ging Boeddha het Nirvana in.

Na zijnen dood werd zijn lijk verbrand, de overblijfselen werden in acht deelen gedeeld, en in prachtige tempels, stüpa's geheeten, die ter zijner eere werden opgericht, bewaard.

Deze historische kern van de geschiedenis van Boeddha is later omgewerkt tot een groot aantal legenden, die, al rijker en meer fantastisch uitgewerkt, de verhevenheid van Boeddha moesten doen uitkomen.

Op grond nu van menige trek van overeenkomst die men meende te vinden tnsschen het leven van Jezus en de verhalen omtrent het leven van Boeddha, zijn onderscheidene geleerden tot de gedachte gekomen dat de evangeliën des N. T. afhankelijk van de Indische verhalen zijn vervaardigd.

Sluiten