Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Eysinga, die in zijn „Indische invloeden op oude christelijke verhalen" tot de slotsom kwam '): „hoogst waarschijnlijk heeft Indische overlevering haren invloed doen gelden reeds op de oude Christelijke Evangeliebeschrijving". Ook Bertholet *) is geneigd om aan te nemen dat de Indische litteratuur op de Christelijke heeft ingewerkt door mondelinge verhalen.

Men heeft parallelen meenen te vinden in de geboortegeschiedenis van Jezus en de legende van de geboorte van Boeddha. De Lalitavistara zegt dat Boeddha vóór zijne geboorte in den hemel vertoeft, zijn besluit, om ter verlossing van de wereld af te dalen in den schoot van eene aardsche vrouw en als mensch geboren te worden, mededeelt in de vergadering der goden. De geboortegeschiedenis verhaalt vervolgens dat, toen Koningin Maya van Kapilavatthu voor een tijd, met vergunning van haar man, zich aan den echtelijken omgang had onttrokken, in haar eenzaamheid droomde dat een witte olifant in haar lichaam inging, zonder haar te verwonden. De uitleggers, daarover ondervraagd, profeteerden dat de Koningin een zoon zou baren, die een geweldig heerseher of een Boeddha, een verlosser, zou zijn. Toen de knaap na verloop van tien maanden geboren was, verkondigde hij terstond dat hij de redder van de wereld was, een bovenaardsch licht werd gezien, hemelsche muziek werd gehoord en scharen van hemelsche geesten en goden kwamen neder om het Boeddhakind hulde te brengen *). Hoe men durft beweren dat dit monstrueuse verhaal van Boeddha's geboorte invloed heeft uitgeoefend op het ontstaan van de geschiedenis van Jezus geboorte mag wel een raadsel genoemd worden. Boeddha's

') Indische invloeden etc. Leiden, 1901, blz. 135.

2) Buddliismus und Christentum, 1902, S. 6.

5) Carl Clemen, Die religionsgesehichtliche Methode in der Theologie, (iiessen, 1904, S. 31. P. Biesterveld, De jongste methode voor de verklaring van het Nieuwe Testament, Kampen, 1905, blz. 42 vv.

Sluiten