Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorscht naar den laatsten grond der dingen, maar levensleer, verlossingsleer. Dit komt niet daarvan dat Boeddha de wereld en den mensch niet kende. Neen, het Abliidarma bevat vele stukken van kosmologischen en anthropologischen aard. Boeddha had wel ter dege een wereldbeschouwing, maar de wezenlijke elementen had hij ontleend aan het verleden. Hij sloot zich aan aan de Indische gedachte en nam de gebreken en de leemten, de onduidelijkheden en de tegenstrijdigheden mede over.

Het is voor ons westerlingen moeilijk om ons een zuiver beeld te vormen van de oud-Indische wijze van voorstelling. Oldenberg ') merkt op dat de tijdgenooten van Boeddha de kunst van definieeren niet bezaten en dat de bewijsvoering bij hen nog slechts primitief ontwikkeld was. Men hield zich bezig met optellen en classificatie, met combinaties van allerlei aard, waarin men de dogmatische termen heen en weer schoof. Men voegde oude en nieuwe ideeën naast elkander en was schijnbaar vreesachtig om tot den diepsten grond door te dringen. De speculatie van het Boeddhisme beschrijft om zoo te zeggen een cirkel, waarvan men het middelpunt niet mag opzoeken. Men mag

Tipitaka (sanskr. tripitaka, drie korven). Deze Tipitaka bestaat uit drie deelen: 1° Vinaya-Pitaka, die het Boeddhistische recht, de ethiek of de orderegelen en het ceremonieel bevat; 2l' Sutta-Pitaka, waarin de leer, de dogmatiek en de ethiek der Boeddhisten, wordt voorgesteld; 3(' Abliidarma-Pitaka. die de metaphysica geeft. De Abhidarma bevat verhandelingen, die bedoelen de leer van Boeddha te \erduidelijken en een systeem te geven van de leer. Dit laatste deel is het laatst geschreven, ongeveer 500 jaar na den dood van Boeddha, langen tijd na de splitsing in verschillende scholen.

cf. P. D. Chantepie de la Saussaye, Lehrbuch der Religionsgeschichte, 1905, II, S.78. Vier schetsen over de godsdienstgeschiedenis, Utrecht, 1883, blz. 257 vv. Dr. Isidor Silbernagl, der Buddhismus nach seiner Entstehung, Fortbildung und Verbreitung, Miinchen, 1903, S. 59 ff.

') Buddlia, 1903, S. 236.

Sluiten