Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit vergankelijke wordt gelijkgesteld met datgene wat door de werking van de causaliteitswet is tevoorschijn ge. roepen. Niets blijft bestendig aan zich zelf gelijk. Al wat aan de orde der causaliteit onderworpen is, verandert, vergaat. In de voortdurende, door de causaliteitswet beheerschte, schommeling tusschen zijn en niet-zijn ligt de werkelijkheid der dingen, die den inhoud uitmaakt van het wezen van de wereld. „De menschen houden zich gewoonlijk aan eene tweeheid, o Kaccana", zoo lezen wij '), „aan het „het is" en aan het „het is niet". Wie echter, o Kaccana, in waarheid en in wijsheid aanschouwt, zooals de dingen in de wereld ontstaan, voor dien is er niet „het is niet" in de wereld. Wie, o Kaccana, in waarheid en wijsheid ziet, zooals de dingen vergaan, voor hem is niet „het is" in deze wereld. Lijden ontstaat slechts waar iets ontstaat; lijden vergaat waar iets vergaat. Alles is, dat is het eene einde, o Kaccana. Alles is niet, dat is het andere uiterste. Verre blijvend van deze uitersten, Kaccana, verkondigt de volmaakte de waarheid: „Uit het niet-weten ontstaan de sankhara's, uit de sankhara's ontstaat het bewustzijn, uit het bewustzijn ontstaat naam en lichamelijkheid, uit den naam ontstaan de zes zintuigen, uit de zes zintuigen ontstaat aanraking", enz." (de causaliteits-formule).

Men kan daarom nooit van een ding zeggen: „Het is", of „het is niet". De waarheid ligt in het midden. De wereld is het wereldproces, en de uitdrukking van dit wereldproces, in zooverre het het lot van den mensch, die gevangen is in het lijden en die naar verlossing smacht, in zich bevat, is de causaliteitsformule. Alles is dus in voortdurende verandering, in wording. Van dingen of substanties, die hun wezen in zich zelve hebben, is in het Boeddhisme geen sprake. Waar er nu geen zijn is, maar alleen een worden,

') Samyutta Nikaya, II, 17. Oldenberg, Buddha, S. 288.

Sluiten