Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuld is geboet, en dat al het lijden dat hem overkomt hem tot zijne heiliging en zaliging zal medewerken. Deze wetenschap doet den christen blijmoedig zijn te midden van het " afsterven van de zonde en het lijden van dit ondermaansche. Zij doet hem roemen in de verdrukking, wetende dat eenmaal de volle verlossing van lijden, dood en zonde aanbreekt, dat heel Gods schepping van der zonde macht wordt gereinigd, en dat de roem van Gods naam over het nieuwe schepsel zal weerklinken.

Hoe droeve leer verkondigt daartegenover het Boeddhisme. Het leven is lijden en achter het heden vol lijden ligt een onafzienbaar verleden vol lijden en de toekomst brengt een vreeselijk lijden voor hem, wien het niet gelukt de verlossing te bereiken. Er is geen begin te bepalen, vanwaar de wezens, gevangen in het met-weten, door de dorst naar het bestaan gekweld, ronddwalen en reizen. Heel zijn leven door is de mensch onderworpen aan de moeite en de zorg voor zijn bestaan, aan koude en hitte, aan slangenbeet en krankheid. Nooit is hij tevreden, altijd verlangt hij naar meer, nooit is hij gelukkig. En als dan het einde van dit leven vol lijden is aangebroken, dan volgt voor slechts weinig menschen een nieuwe bestaanswijze als god of als mensch, maar oneindig velen zinken weg in het lage rijk der geesten en der dieren of in de hel vol smarten. De hellewachters smeden de overtreders met gloeiende ketenen aan elkander, smakken hen in zeeën vol heet bloed of werpen hen op bergen van brandende kolen. Niemand ontkomt dat lijden, zelfs de goden keeren, in den keten der begeerte gebonden, terug in de macht van Mara. Aan die kwalen komt geen einde, tenzij de laatste overblijfselen van de schuld zijn geboet. ')

') Anguttara-Nikayo I. Bd. 19 suttam (Neumann, Budd. Anthologie, Leiden, 1892, S. 107).

Sluiten